'Broeikasgasemissies uit landbouw zijn 4 megaton CO2-equivalenten lager in 2035'

In een brief aan de Tweede Kamer geeft minister Van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur informatie over de stand van zaken met betrekking tot de klimaatopgave voor de landbouw en landgebruik. Hij verwijst naar de analyse die het Planbureau voor de Leefomgeving onlangs maakte van het maatregelpakket voor Landbouw, Natuur en Stikstof. Daarbij stelt het planbureau dat de broeikasgasemissies uit de landbouw in 2035 met 4 megaton CO2-equivalenten kunnen zijn gereduceerd.

In de brief aan de Tweede Kamer van 26 juni heeft het kabinet een pakket van beleidsmaatregelen gepresenteerd dat, naast natuurherstel, stikstofreductie en vergunningverlening, ook gericht is op het reduceren van de broeikasgasemissies uit de landbouw. Het pakket bevat ook een maatregel die specifiek gericht is op de klimaatopgave, namelijk de afrekenbare bedrijfsspecifieke emissienormen voor 2035 voor klimaat.


Het kabinet wil een bedrijfsspecifieke emissienorm voor klimaat voor de melkveehouderij stellen van 92 kilo CO2-equivalenten per fosfaatrecht. De normen voor de pluimvee, kalver- en varkenshouderij volgen in 2027. Deze normen moeten in 2035 afrekenbaar worden. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft een analyse gemaakt van het maatregelpakket en verwacht daardoor een afname van broeikasgasemissies uit de landbouw van 4 megaton CO2-equivalenten in 2035.


In het voorjaar 2027 zal het kabinet, indien nodig, meer duidelijkheid geven over in welke mate aanvullend beleid nodig is voor de klimaatopgave richting 2040. Hierbij wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de onderdelen van het maatregelpakket voor Landbouw, Natuur en Stikstof, zoals dat werd gepresenteerd op 26 juni.


In de glastuinbouw is vooral aanvullend beleid nodig om te zorgen dat de randvoorwaarden om te kunnen verduurzamen op orde zijn, stelt Van Essen. Dit zijn vaak maatregelen die sector overstijgend zijn zoals het beschikbaar krijgen van voldoende elektrisch vermogen en netcapaciteit om te kunnen elektrificeren en het stimuleren en faciliteren van het ontsluiten van duurzame warmtebronnen.


Over eventuele aanvullende maatregelen voor de klimaatopgave richting 2040 zal het kabinet in het voorjaar van 2027 besluiten en vervolgens met de Voorjaarsnota 2027 de Tweede Kamer informeren.

Bron: Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, 14/09/2026
Publicatie: 18-09-2026