Innovatieve stalsystemen leveren forse emissiereducties op, maar vergroten kosten voor veehouders
In deze studie is gekeken naar verschillende scenario’s van mestverwerking en mestbewerking op bedrijfsniveau voor de melkvee-, varkens-en kalverhouderij. Doel was te onderzoeken in hoeverre methaan en stikstofhoudende emissies kunnen worden gereduceerd door innovatieve stalsystemen die al dan niet worden gecombineerd met mestverwerkingstechnieken die op bedrijfsniveau toepasbaar zijn. Vervolgens zijn de investeringskosten berekend en is via een kosten-batenanalyse vastgesteld of deze investeringen rendabel zijn.
Melkveehouderij: CowToilet en Lely Sphere
Voor de melkveehouderij zijn er twee innovatieve stalsystemen bekeken: het CowToilet, waarbij urine rechtstreeks vanonder de koe wordt opgevangen, en de Lely Sphere, die urine en feces scheidt bij de bron en lucht in de kelder afzuigt, waarbij stikstof met een aangezuurde oplossing uit de lucht wordt gefilterd. Vervolgens zijn er verschillende varianten berekend, waarbij de feces wordt vergist, urine wordt aangezuurd, verdund en/of gefilterd.
Alle innovaties met emissiearme stallen, al dan niet gecombineerd met verdere verwerkingstechnieken, leveren positieve emissiereducties op. Voor ammoniakemissies zorgt het CowToilet voor een gemiddelde reductie van 24% over de gehele keten en de Lely Sphere voor een gemiddelde reductie van 46%. De broeikasgasemissies over de gehele mestketen nemen alleen af wanneer de gescheiden fracties verder worden bewerkt.
CowToilet van Hanskamp
Varkenshouderij: Zonvarken-concept
Voor de varkenshouderij is gekeken naar een compleet stalconcept: het Zonvarken-systeem. Hierbij is de stal gedeeld in mest-, eet- en rustzones en wordt mest gescheiden bij de bron. De ammoniak- en broeikasgasemissies nemen respectievelijk 56% en 69% af, waarbij is uitgegaan van vergisting van de dikke fractie op een centrale locatie.
Kalverhouderij: twee systemen met bronscheiding
Voor de kalverhouderij zijn twee stalsystemen meegenomen die mest bij de bron scheiden: Thelosen en Van Beek. Bij beide systemen kan een ammoniakreductie over de gehele mestketen worden behaald van ongeveer 30%. Wanneer wordt gekozen voor vergisting van de dikke fractie, kan een reductie van 45% worden behaald en daarnaast een reductie in broeikasgassen van bijna 40%.
Exploitatiekosten en rendabiliteit
Alle doorgerekende scenario’s om te komen tot emissiereducties op ketenniveau laten een toename van de exploitatiekosten op bedrijfsniveau zien. Toepassing van vergisting kan onder de juiste omstandigheden opbrengsten genereren, maar is bij de gehanteerde bedrijfsomvang financieel niet haalbaar. Wanneer meststromen van meerdere bedrijven gezamenlijk worden vergist, kan de schaal worden bereikt waarbij vergisting wél rendabel wordt.
Het toepassen van mestbewerkingsproducten als RENURE-meststoffen heeft eveneens een positief effect op de exploitatie, door besparing op mestafzetkosten en op inkoop van kunstmest. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de mestproducten die ontstaan bij de hier doorgerekende scenario’s weliswaar voldoen aan de technische voorwaarden, zoals opgenomen in het voorstel van de Europese Commissie, maar als product niet in het voorstel voor RENURE van de Europese Commissie zijn opgenomen.
Voordeel op zandgrond
Uit de studie blijkt dat voor de akkerbouw het gebruik van dunne mestfracties, zoals urine en gier, met name op zandgrond tot positieve economische resultaten leiden door de besparing op stikstofkunstmest. Deze dunne fracties voeren echter minder organische stof aan dan drijfmest.
Hierbij speelt ook de fosfaattoestand een belangrijke rol: bij een hoge fosfaattoestand worden dunne producten vanwege hun lage aandeel fosfaataandeel aantrekkelijker. Dikke fracties, zoals feces en digestaat, dragen minder bij aan kunstmestbesparing, maar verhogen wel de organische stof aanvoer.