Grote variatie in bemestingsruimte in BES-pilot

De BES-pilot biedt de mogelijkheid voor het invullen van de fosfaatplaatsingsruimte met dierlijke mest waar er meer stikstof uit dierlijke mest wordt gebruikt dan generiek toegestaan. Het gebruik van stikstof uit kunstemest wordt verlaagd zodat het totale stikstofgebruik past binnen het milieukundig geaccepteerd stikstofbodemoverschot. Dit heeft gemiddeld weinig effect op de totale stikstofgebruik uit dierlijke mest en kunstmest samen. Er zijn echt veel verschillen tussen bedrijven. De fosfaatbemesting neemt meestal toe.

De BES-pilot vindt plaats binnen het project Koeien & Kansen. In 2020 omvatte deze pilot alle Koeien & Kansen-deelnemers en een uitbreiding met een aantal bedrijven. Voor 2020 werd de bedrijfsspecifieke bemestingsruimte van stikstof en fosfaat berekend voor bij totaal 24 bedrijven, waaronder De Marke.


Het is de vraag wat de landbouwkundige en milieukundige effecten zijn van werken volgens de BES. Hiernaar wordt onderzoek gedaan door meten en registreren. Hierbij gaat het dan om bodemoverschotten van stikstof en fosfaat, ammoniakemissie en waterkwaliteit. Ter indicatie geeft het ook al inzicht om de totale bemesting met dierlijke mest en kunstmest in beeld te brengen. Dit kan bekeken worden door vergelijking van de BES bemestingsruimte met de generieke bemestingsruimte.


Voor fosfaat blijkt er bijna voor alle bedrijven sprake van een dichtere benadering van fosfaatevenwichtsbemesting. Dat betekent dat de plaatsingsruimte voor fosfaat op veel meer bedrijven ook echt ingevuld kan worden. Op derogatiebedrijven lukt dat bij de generieke gebruiksnormen vaak niet omdat de fosfaatbemesting alleen met dierlijke mest mag plaatsvinden en omdat binnen de norm van stikstof met dierlijke mest onvoldoende fosfaat beschikbaar is om de fosfaatplaatsingsruimte te vullen. Drie van de 24 bedrijven hadden bij de BES-bemestingsruimte in 2020 te maken met een lagere fosfaatbemesting dan wat generiek mogelijk is. 


Gemiddeld was voor de 24 bedrijven de ruimte voor gebruik van stikstof uit dierlijke mest bij BES 287 kilo per hectare tegen 234 kilo bij generieke gebruiksnormen. De ruimte voor stikstof uit kunstmest is dan 138 tegen 175 kilo per hectare bij generieke gebruiksnormen en de totale stikstofbemesting uit dierlijke mest en kunstmest is bij BES iets hoger dan generiek, te weten respectievelijk 425 en 409 kilo stikstof per hectare.


Van de 24 bedrijven zijn er 8 die in 2020 volgens BES bemesting een lagere totale stikstofbemesting hebben dan bij de generieke gebruiksnormen. De verschillen tussen bedrijven zijn groot. Op de 16 bedrijven die wel een toename van de totale stikstofbemesting volgens de BES-werkwijze kennen is sprake van hoge stikstofopbrengsten met gras en maïs.

Bron: Wageningen University & Research, 16/08/2021
Publicatie: 16-08-2021