Boete voor te laat inzenden van mestmonsters blijft in stand

Een Belgische onderneming die mest vervoert van Nederland naar het buitenland heeft een aantal aan het bedrijf door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) opgelegde boetes opgelegde boetes aangevochten bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Bij een aantal kleine boetes acht de rechter de bezwaren van het bedrijf gegrond, maar de opgelegde boete voor het te laat inzenden van mestmonsters blijft in stand.  

Na een melding van transporten is de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) een onderzoek gestart naar het bedrijf van op 10 september 2020 bij het laboratorium aangeleverde mestmonsters. Er werden meerdere boetes opgelegd voor het niet uiterlijk binnen 10 werkdagen na bemonstering toezenden van 30 mestmonsters aan een erkend laboratorium. Voor elke overtreding kan een boete van 100 euro worden opgelegd, zodat het totale bedrag van de boete 3.000 euro zou zijn. De minister heeft de boete met 50% gematigd tot 1.500 euro.


De intermediair heeft bezwaar gemaakt tegen het boetebesluit. Dat werd door de minister ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard waarbij de boete werd vastgesteld op 110 euro. De minister heeft daarbij een marge van 5 reguliere dagen bovenop de wettelijke termijn van 10 werkdagen voor het toezenden van mestmonsters toegepast, in verband met de mogelijke ruimte tussen het verzenden en ontvangen van de mestmonsters. Dat betekende dat 8 mestmonsters van vrachten alsnog zijn aangemerkt als tijdig toegezonden. Daarnaast werd de boete in plaats van met 50% met 90% gematigd.


De intermediair vond dat er geen boete opgelegd mocht worden en dat de NVWA eerst een waarschuwing uit had moeten delen. Dat is volgens de rechter echter niet het geval. De NVWA kwalificeert alle overtredingen die krachtens de Meststoffenwet kunnen worden begaan als ernstige overtredingen. Gezien de ernst van de overtredingen wordt ook een sanctionerende of een corrigerende interventie opgelegd. Aan dit type overtredingen gaat dus geen waarschuwing vooraf.


Meer details zijn te vinden in de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Bron: College van Beroep voor het bedrijfsleven, 03/03/2026
Publicatie: 13-03-2026