De uitkomsten van het LNV-webinar 'contouren van het toekomstig mestbeleid'
Contouren nieuw mestbeleid
Het mestbeleid is in de loop der jaren steeds complexer geworden, en dat is een probleem voor zowel ondernemers als de overheid. Met de keuzes in het beleid wil de overheid het systeem transparanter, eenvoudiger maken, en hiermee een antwoord bieden op belangrijke thema’s die spelen, zoals waterkwaliteit, stikstof, klimaat en andere aspecten van kringlooplandbouw.
Ook wil LNV af van de situatie in Nederland dat we steeds op of soms net over het randje moeten lopen, met veel kosten, ongewenste prikkels en problemen met handhaving tot gevolg.
In de contourenbrief maakt LNV een hele scherpe keuze op basis via drie pijlers:
- Een volledig grondgebonden veehouderij: een veehouder kan al zijn mest op eigen grond of via regionale mestafzetcontracten afzetten.
- Een volledig niet-grondgebonden veehouderij: deze veehouder zet al zijn mest af via een mestverwerker, ook de mest die op het eigen bedrijf geplaatst zou kunnen worden.
- Waterkwaliteit wordt specifiek via een gebiedsgerichte aanpak verbeterd waar dat nog nodig is, met name via advisering en managementmaatregelen bij boeren.
Pijlers 1 en 2 zijn relatieve vergezichten waar 2030 als streefdatum wordt genoemd, pijler 3 zal reeds in het eerstkomende (zevende) actieplan worden meegenomen.
Deels zijn deze pijlers een voortzetting van reeds ingezet beleid.
Pijler 1: grondgebondenheid
Het is de bedoeling dat alle melkveehouders in Nederland grondgebonden worden. LNV geeft aan dat dit voor verreweg de meeste van hen nu al de praktijk is of relatief eenvoudig te realiseren moet zijn.
Reden is in eerste instantie het regionaal in balans brengen van mestproductie en mestgebruik, maar het helpt zeker ook voor andere maatschappelijke wensen als weidegang, imago e.d.
In deze ‘regionale contracten’ is het niet nodig dat op die percelen ook voer voor dezelfde veehouder wordt geteeld, zo benadrukte LNV.
Wat een regio is, of deze in de loop der tijd aangepast moet worden, hoe zo’n afspraak tussen veehouder en akkerbouwer/tuinder moet zijn, wat de mogelijkheden zijn om via bedrijfsspecifieke verantwoording invulling te geven en andere vragen worden de komende tijd uitgewerkt.
Pijler 2: mestverwerking
Grondgebondenheid zal niet voor ieder bedrijf mogelijk zijn. De mestproductie is op een aantal bedrijven zo groot dat dat onmogelijk regionaal geplaatst kan worden. Deze bedrijven voeren hun dieren ook voornamelijk met nevenstromen uit de voedselindustrie en ander voer dat niet in de regio is geproduceerd. Voor deze bedrijven is er de andere optie: mestverwerking. En dan betekent dan ook 100% mestverwerking: LNV wil af van verschillende mestafzetsporen per bedrijf, zelfs als een veehouder over een areaal eigen grond beschikt. Hiermee wordt de mestmarkt een stuk transparanter en eenvoudiger.
LNV merkt hierbij op dat deze bedrijven ook nu al verreweg de meeste mest van hun bedrijf moeten afvoeren. Met innovatie bij mestverwerkers, omdat er in Nederland markt ontstaat voor mestverwerkingsproducten, o.a. via kunstmestvervangers, zal het effect positiever zijn dan nu door sommigen wordt ingeschat.
De definitie van mestverwerking zal met dit beleid dus veranderen: immers op dit moment is deze definitie het exporteren van fosfaat dat niet in Nederland kan worden geplaatst. In de nieuwe situatie is er ook in Nederland veel behoefte aan meststoffen en bodemverbeteraars uit mestverwerkingsinstallaties.
LNV geeft aan dat deze nieuwe definitie de komende tijd moet worden uitgewerkt. Er werd in het webinar aangegeven dat dit helemaal niet betekent dat alle mest via geraffineerde processen een behandeling moet ondergaan; in een aantal gevallen zal dat ook met relatief eenvoudige stappen kunnen.
Hiermee zal de Nederlandse mestmarkt op verschillende manieren ingrijpend veranderen. Binnenkort zal NCM een eerste inschatting naar buiten brengen om hoeveel mest en grond dat gaat in Nederland.
Er komt hierbij stimulerend beleid om mestverwerking verder te verbeteren.
Ook gaf LNV aan het zich aan te trekken dat vergunningstrajecten zeer moeizaam verlopen, en met provincies en regio’s om de tafel te willen gaan.
Pijler 3: gebiedsgerichte aanpak voor verbetering waterkwaliteit
Hoewel er heel veel verbetering is gerealiseerd in de waterkwaliteit in Nederland, is die nog niet overal voldoende. Met name op de droge zandgronden in het zuiden en oosten van Nederland speelt dat. Dit is deels aan de bemesting te relateren, maar ook aan de gewasrotaties, groenbemesters, het bodembeheer en andere maatregelen die een teler van gewassen kan nemen.
Het doel van LNV op dit moment is om het voor een boer en tuinder veel beter zichtbaar te maken waar hij qua waterkwaliteit zit en hoe hij dit kan verbeteren via teeltmaatregelen.
Projecten als Deltaplan Agrarisch Waterbeheer zijn hiervoor in de praktijk belangrijk.
Vervolgproces
LNV heeft er bewust voor gekozen de visie op hoofdlijnen te geven en niet al helemaal in te vullen. LNV geeft aan uit te kijken naar input vanuit de verschillende belanghebbenden. Hiervoor gaat het diverse kleinschaligere bijeenkomsten organiseren met sectororganisaties, waterbeheerders en regionale overheden. Vanwege corona zal dat voorlopig veelal digitaal gebeuren.
Met pijlers 1 en 2 heeft LNV een duidelijke stip aan de horizon gezet, waar men ‘zeker tien jaar voor nodig heeft’. Pijler 3, de gebiedsgerichte aanpak voor een betere waterkwaliteit, is urgenter en zal onderdeel zijn van het eerstkomende, zevende actieplan in het kader van de Nitraatrichtlijn. Dit moet eind dit jaar in concept gereed zijn.
Het webinar is in zijn geheel terug te kijken, klik hiervoor op deze link.
