Kamerbrief over voortgang 7e actieplan en derogatie
Actieplan onvoldoende voor Europese Commissie
Eind vorig jaar heeft het vorige kabinet het zevende actieplan Nitraatrichtlijn vastgesteld. De Europese commissie heeft dit plan echter niet goedgekeurd, omdat hier de doelen voor verbetering van grond- en oppervlaktewater onvoldoende worden gehaald.
Om die reden heeft de Europese Commissie besloten de procedure voor verlening van derogatie van de Nitraatrichtlijn te staken en de maatregelen van het nieuwe kabinet af te wachten. Op dit moment heeft Nederland daarom een aanvullende opgave om te komen tot maatregelen waarmee de waterkwaliteitsdoelen worden gehaald, dat dan weer dient als onderbouwing aan de Europese Commissie. Pas dan kan een derogatie worden verleend aan Nederland.
Maatregelen mestbeleid in een breder kader
Het kabinet ziet het actieplan, dat in eerste instantie is bedoeld om de doelen van de Nitraatrichtlijn te halen, niet los van andere beleidsthema’s.
Het coalitieakkoord heeft de ambitie om een overgang te bereiken naar, zoals het wordt omschreven in de Kamerbrief, ‘een duurzame kringlooplandbouw en een robuust natuurareaal’. Dit gaat om een brede aanpak waarbij zowel de natuur (incl. biodiversiteit), het klimaat, de bodem en het water in een goede staat wordt gebracht, waarbij er tegelijkertijd een goed toekomstperspectief ontstaat voor boeren en tuinders. Hierbij kiest het kabinet voor een integrale en gebiedsgerichte aanpak. Met integraal wordt de brede aanpak met niet alleen water maar ook natuur, stikstof (ammoniak), klimaat, bodem e.d. bedoeld. Een integrale aanpak vergroot de effectiviteit en biedt ondernemers beter een langjarige duidelijkheid. Een gebiedsgerichte aanpak is nodig omdat er grote verscheidenheid is tussen de gebieden. Waar voor wat betreft de nitraatbelasting het zuidoostelijk zandgebied (veel droge zandgronden, veel akkerbouw en tuinbouw) en de lössregio de grootste uitdaging kent is dat voor andere thema’s anders.
Landelijke verplichtingen zullen dus gebiedsgericht worden ingevuld; hierbij zal de overheid gebruik maken van ecologische analyses.
Volgens LNV hoort daar ook een forse financiële impuls voor de gebieden bij om deze resultaten te kunnen halen. Om de beschikbaarheid van financiële middelen te borgen wordt conform het Coalitieakkoord een transitiefonds ingesteld. Binnen dat fonds zijn ook middelen gealloceerd voor de verdere verbetering van de waterkwaliteit. Een voorbeeld waar men aan denkt is het instellen van bufferzones in beekdalen.
In de integrale gebiedsgerichte aanpak zijn extensivering, omschakeling, innovatie, legalisering, op- en uitkoop, afwaardering en verplaatsing belangrijke instrumenten voor het behalen van de doelen. Het gaat in deze niet alleen om de veehouderij maar ook voor de akkerbouw. Zo gaat men juridisch borgen dat op de vrij te vallen uitspoelingsgevoelige gronden (zoals de hierboven genoemde bufferstroken) geen voor nitraatuitspoeling gevoelige gewassen kunnen worden geteeld (als mais, aardappelen of groenten).
LNV schrijft in de brief verder dat in de aankomende opkoopregeling van veehouderijbedrijven de productierechten uit de markt worden genomen. Hiermee zal de veestapel en de mestproductie dus verder afnemen. Tevens wordt opnieuw benoemd dat het kabinet een transitie zal starten om te komen tot een grondgebonden melkveehouderij.
Derogatie: derogatie is de term van de EU om van een algemeen vastgestelde norm af te wijken. Klik hier voor de link op rvo.nl over derogatie. |
Vervolgtraject actieplan nitraatrichtlijn en derogatie
Het kabinet zet zich in om voor 2022 en verder de derogatie te verkrijgen. LNV acht dit van belang voor de waterkwaliteit, het klimaat en de agrobiodiversiteit en economisch voor de landbouwsector zelf.
De behandeling van de derogatieaanvraag vindt plaats in het zogenaamde Nitraatcomité. Dit Nitraatcomité vergadert vier keer per jaar. Het eerstvolgende Nitraatcomité is gepland op 17 maart 2022. De inzet van LNV is om medio februari het zogenaamde ‘addendum op het 7e AP’ vast te stellen, waarin wordt aangegeven welke maatregelen het kabinet aanvullend neemt om aan de verplichtingen uit de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water te voldoen. Dit proces is er mede op gericht om de procedure tot derogatieverlening voort te zetten in het Nitraatcomité van 17 maart 2022. Wanneer de reguliere procedure van het Nitraatcomité wordt gevolgd, dan zou pas omstreeks september een derogatie kunnen worden verleend. Dit is uiteraard helemaal aan het einde van het uitrijdseizoen, en dat acht LNV onwenselijk. LNV heeft daarom bij de Eurocommissaris ervoor gepleit om flexibel met de besluitvorming om te gaan, zodat het toch in de eerste helft van 2022 duidelijk wordt in hoeverre de Nederlandse melkveehouderij gebruik kan maken van de derogatie.
De volledige brief van ministers Staghouwer en Van der Wal vindt u via deze link.
