Zoektocht naar alternatief voor melkveestallen met roosters en mestkelders
Onderkelderde roostervloeren zijn wat huisvesting van koeien betreft al tientallen jaren de norm. Het succes is verklaarbaar: de stallen blinken uit in arbeidsgemak en koeien kunnen zich vrijelijk door de stal bewegen.
Tegelijkertijd ontmoeten betonnen roosters al jaren kritiek. Achilleshiel: het feit dat urine en vaste mest meteen bij elkaar komen. Vaste mest bevat het enzym urease en wanneer dat in contact komt met ureum (bestanddeel van urine), ontstaat er onnodige emissie van ammoniak. Vervolgens worden urine en mest maandenlang opgeslagen in mestkelders.
In die zuurstofarme omgeving ontstaan ook gemakkelijk giftige gassen (waterstofsulfide en blauwzuurgas) die weer in hoge concentraties kunnen vrijkomen tijdens het mixen. Jaarlijks zijn er menselijke en dierlijke slachtoffers te betreuren, alle voorzorgsmaatregelen en waarschuwingen ten spijt.
Die drijfmest vindt uiteindelijk zijn weg naar gras- en maisland. Er is twijfel of een product dat kennelijk giftige gassen bevat wel zo goed is voor het bodemleven, zeker wanneer het wordt toegediend met een zodebemester of mestinjecteur.
Drie systemen worden onderzocht
Gemeenschappelijke deler van de drie alternatieven die Dairy Campus in Leeuwarden gaat onderzoeken: vaste mest en urine worden zo snel mogelijk en zoveel mogelijk uit elkaar gehouden.
Het koetoilet is een van de drie alternatieven. Dit koetoilet vangt de urine van de koeien apart op en leidt deze naar een separate opslag. 'De koe zelf is de best denkbare mestscheider', vertelt Paul Galama, die onderzoek doet naar duurzame bedrijfssystemen.
Het tweede alternatief bestaat uit een rubberen vloer, voorzien van een goot met gaatjes waar de urine inloopt. Die urine gaat naar een aparte opslag. Een schuif verwijdert de vaste mest uit de stal. Het feit dat de vloer uit rubber bestaat, is volgens Galama niet onbelangrijk. 'Rubber is gladder dan beton en daardoor beter schoon te houden. Dat zal leiden tot een lagere activiteit van urease en daarmee tot een lagere ammoniakemissie', legt de onderzoeker uit.
Het derde alternatief bestaat uit tegels van 1 vierkante meter. Deze laten urine door, terwijl de vaste mest op de tegels blijft liggen. Ook hier verwijdert een schuif de vaste mest uit de stal.
Bestaande stallen
De keuze op de drie systemen viel na een uitgebreide consultatie van onderzoekers, stallenbouwers en melkveehouders. Galama: 'Belangrijke voorwaarde is dat de systemen toepasbaar moeten zijn in bestaande stallen. Bijvoorbeeld bij renovatie. De bouwhausse aan nieuwe stallen ligt immers achter ons.'
Dairy Campus gaat ruim een jaar lang op ieder systeem zestien koeien huisvesten. Ter controle worden ook zestien koeien gehouden op een traditionele roostervloer. Dairy Campus gaat niet alleen stalemissies meten. 'We gaan ook de emissie bij de diverse manieren van opslag meten.'
Twee meststromen
Bij mestscheiding ontstaan minimaal twee meststromen. Een dunne fractie, rijk aan kalium en snelle stikstof, en een dikke fractie, rijk aan fosfaat, organische stof en langzame stikstof. Ieder met een eigen, specifieke toepassing. 'Mogelijk gaan we de dunne fractie nog bewerken, bijvoorbeeld aanzuren met zwavelzuur', zegt Galama. 'Dat verlaagt de emissie van ammoniak tijdens opslag en uitrijden.'
De zoektocht naar alternatieven voor betonroosters is niet nieuw. Minimaal vijftig melkveehouders ruilden de ligboxenstal al in voor een vrijloopstal, stallen zonder boxen of roosters waar koeien kunnen lopen en liggen op een zachte ondergrond van houtsnippers, vlas, zaagsel of olifantsgras. Die toplaag wordt regelmatig omgewoeld.
Stalemissie
Op het gebied van dierwelzijn is de vrijloopstal beslist een stap vooruit, maar op milieugebied is het beeld gemengd. De stalemissie is weliswaar 30 procent lager (9 kilo ammoniak per koe per jaar), de uitstoot van methaan vanuit de stal stijgt juist met 30 procent.
Maar dat is maar een deel van het verhaal, vindt Galama. 'Een vrijloopstal levert een meststof op die rijk is aan organische stof, goed voor het bodemleven. Niet het stalsysteem maar het bedrijfssysteem moet het uitgangspunt zijn. Maar zover is de wetgever nog niet.'