Wat is kringlooplandbouw? Een analyse op basis van 240 artikelen en debatten

De term kringlooplandbouw wordt veelvuldig gebruikt. Echter, iedereen lijkt er een eigen betekenis aan te geven. Radboud Healthy Landscape (RHL) bracht het debat hierover in kaart: welke aannames, waarden, normen en belangen liggen ten grondslag aan opvattingen over kringlooplandbouw. Onder de betrokken partijen overheersen de overeenkomsten, maar ook zijn er onverenigbare verschillen.
Om te bestuderen in hoeverre opvattingen over kringlooplandbouw verschillen dan wel overeenkomen, heeft RHL het gebruik van het concept bestudeerd in 113 opiniërende artikelen in dag- en weekbladen, 51 artikelen in vakbladen en 76 parlementaire debatten. Daarbij vroeg men zich  af wat verschillende partijen onder kringlooplandbouw verstaan, voor welk probleem zij vinden dat kringlooplandbouw een oplossing is en welke onderliggende waarden, normen en belangen kunnen worden onderscheiden.
Deze vragen staan voor wat ze respectievelijk een ‘semantisch spel’, een ‘causaal spel’ en een ‘normatief spel’ noemen. In het semantische spel staat de betekenis centraal, in het causale spel de analyse van oorzaak en gevolg en in het normatieve spel de opvattingen over hoe het is of zou moeten zijn.

Een kringloop is een kringloop
Het zal geen verrassing zijn dat kringlooplandbouw geen eenduidige term is. Integendeel: de term staat voor verschillende problemen en daarmee ook voor verschillende oplossingen. Opvallend is dat ze, ondanks de sterke polarisatie in de debatten, ook veel overeenkomsten hebben gevonden. Zo gaat kringlooplandbouw volgens vrijwel iedereen over het sluiten van mineralen- en nutriëntenkringlopen van mest, voer, water en bodem. Naast mest moeten gewasresten, voedselresten en procesafval zoveel mogelijk hergebruikt worden, en worden verwerkt tot nieuwe producten. Ook moet het kunstmestgebruik teruggedrongen worden, vindt vrijwel iedereen. Een kringloop is een kringloop, daar is men het over eens.

Wat het niet is…
De debatten in het parlement gingen veelvuldig over wat kringlooplandbouw niet is of juist wel: het gaat (niet) om het halveren of saneren van de veestapel, (niet) om minder import en ook (niet) om het terugbrengen van kunstmest en bestrijdingsmiddelen naar nul. De kringloop moet niet al te beperkend zijn, althans, voor sommige deelnemers. Maar volgens anderen wel. Sommige partijen houden staande dat je ook kunt werken met kringlopen op internationaal niveau, terwijl anderen een regionaal of zelfs lokaal niveau voorstellen. Regionaal kan ook grensoverschrijdend zijn: als je in Groningen aardappels levert aan Duitsland is dat wel regionaal maar niet nationaal: Limburg is tenslotte verder weg.

Een duizenddingendoekje
In het 'causale spel' herkent RHL de opvatting over kringlooplandbouw als duizenddingendoekje: kringlooplandbouw moet een oplossing bieden voor het herstel van biodiversiteit, het vergroten van het verdienvermogen van boeren, het herstel van bodemkwaliteit, het tegengaan van klimaatverandering en ook de stikstofproblematiek. Het is natuurlijk mooi als we veel problemen tegelijk op kunnen lossen en de aard van de problematiek is ook zodanig dat we inderdaad integraal moeten werken. Maar een de verwachting dat kringlooplandbouw dat allemaal wel even zal oplossen, kan er ook toe leiden dat al die verschillende doelstellingen van kringlooplandbouw uiteindelijk onverenigbaar lijken of blijken te zijn. Dat is een ontmoedigende gedachte.

Onverenigbare belangen en aannames
Om in beeld te krijgen of dit inderdaad het geval is, moet ook het 'normatieve spel' bekeken worden: welke uitspraken worden er gedaan over de relatie met maatschappelijke belangen, en hoe wordt de positie van boeren ten opzichte van de maatschappij geduid? Iedereen, van links tot rechts, lijkt het erover eens dat boeren een fatsoenlijke boterham moeten verdienen. Op andere onderwerpen lopen normatieve evaluaties echter behoorlijk uiteen. Enerzijds gaat het om de waarde die auteurs toekennen aan (mogelijk strijdige) maatschappelijke belangen als natuur, economische groei en voedselproductie. Anderzijds gaat het over aannames met betrekking tot bepaalde sleutelbegrippen binnen de agrarische bedrijfsvoering zoals innovatie en efficiëntie.

Vier teams
In dit 'normatieve spel' worden vier verschillende ‘teams’ onderscheiden, die de kringlooplandbouw op een andere manier zien.
Als eerste is er een team dat vooral inzet op de defensie: boeren hebben al veel gedaan en eventuele verandering is daarom primair aan de markt zelf.
Dan zijn er twee teams die inzetten op de voorhoede. De manier waarop verschilt alleen. Een team wil de beweging naar voren maken richting een meer natuurinclusieve landbouw waarbij agro-biodiversiteit en de ecologische voetafdruk leidend zijn. Het andere zet in op koplopers op het gebied van technologische innovatie en efficiënte van de productie. Dat moet de standaard voor de landbouw worden.

Tot slot is er een team dat ervan uitgaat dat de kracht vooral in het middenveld ligt. Hier staat de gemiddelde landbouwpraktijk centraal. De boeren moeten ondersteund worden, en kringlooplandbouw moet ervoor zorgen dat zij weer een eerlijke boterham gaan verdienen en weer uit de negatieve spiraal van continue kostprijsverlaging kunnen geraken. Dit alles moet men niet van bovenaf opleggen, maar in samenspraak met de praktische boeren in de praktijk brengen.


Handelingsperspectieven
Het zal niet verbazen dat deze vier teams ook andere oplossingen en handelingsperspectieven voorstellen. Partijen die natuurinclusiviteit centraal stellen, zetten vooral in op (Europese) subsidies om de vergroening te stimuleren, op aanpassingen van het handelsbeleid en strategieën om de veestapel te verkleinen. Partijen die vinden dat boeren onafhankelijker moeten worden, zetten eveneens in op subsidies zodat de omslag naar kringlooplandbouw gemaakt kan worden en benadrukken het belang van duidelijke normen en onafhankelijke landbouwadviseurs. Deelnemers in het debat die veel verwachten van technologische oplossingen zien juist veel heil in het wegnemen van wettelijke belemmeringen, zodat meer ruimte ontstaat voor ondernemerschap en innovatie.
De meer behoudende groep deelnemers aan het debat doet weinig voorstellen voor veranderingen omdat er vooral behoefte aan rust zou zijn.

Waar iedereen het over eens lijkt, is dat boeren zich moeten kunnen verenigen om hun positie in de productieketen te versterken, dat nieuwe verdienmodellen ontwikkeld moeten worden en dat andere ketenpartijen – van voederfabrikant tot consument - ook een belangrijke verantwoordelijkheid hebben in de transitie naar kringlooplandbouw.

De tussenstand
Waar staan we nu? Het is misschien enigszins verrassend, gezien de polarisatie in het debat, maar volgens RHL zijn we toch al een eind op weg: er is verregaande overeenstemming over de probleemdefinitie. Vrijwel iedereen is het erover eens dat bodemdegradatie een toenemend probleem is, dat klimaatverandering noopt tot aanpassingen, dat het verlies aan biodiversiteit zorgwekkend is, dat het inkomen van de boer onder druk is komen te staan. En hoewel niet iedereen deze stelling deelt zijn ook velen het erover eens dat het systeem van voortdurende kostenverlaging en productieverhoging daarmee niet langer houdbaar is.
Ook in het 'normatieve spel' zijn we verder dan we misschien zouden verwachten: de boer moet goed betaald worden, de Nederlandse landbouwsector is toonaangevend, die positie moeten we gebruiken om de transitie naar kringlooplandbouw in te zetten en zowel agro-biodiversiteit als technologische innovatie zijn daarbij behulpzaam. Natuurlijk zijn er ook nog rafelrandjes van het doekje die fundamentele vragen oproepen, zoals: wat is een eerlijke prijs? Zijn we wel echt trots op die hoogtechnologische efficiëntie als de ontwikkeling daarvan ons zoveel problemen heeft opgeleverd? En wat bedoelen we precies met efficiëntie en voor wie?
RHL stelt dat boeren veel te weinig gehoord en betrokken worden in het debat, en dan bedoelen ze het gemiddelde boerenbedrijf en niet de extremen (men noemt: "Farmers Defence Force" en "Natuurinclusieve biologische boeren") die het meest in het nieuws komen. 

Het debat over de kringlooplandbouw is door de Radboud Universiteit in kaart gebracht in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving. Dit onderzoek heeft de gemeenschappelijke basis onder verschillende opvattingen van kringlooplandbouw blootgelegd. RHL hoopt hiermee een bijdrage te leveren aan de dialoog over de transitie van ons voedselsysteem.
Bron: Nature Today
Publicatie: 08-09-2020

Bijlages downloaden

218997.pdf