Sleepvoetbemester mag in 2019 gebruikt worden, mits mest met water verdund wordt

De sleepvoetbemester mag in 2019 en mogelijk ook in 2020 gebruikt worden, mits de boer bij controle aannemelijk kan maken dat hij bij de aanwending van de drijfmest deze met water in de verhouding van één deel water en twee delen mest heeft verdund. Dat schrijft minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in een brief aan de Tweede kamer.
Per januari 2019 gaat het ‘sleepvoetverbod’ op grasland op klei- en veengronden in. Schouten benadrukt dat het verbod niet zozeer een verbod op het gebruik van de sleepvoetbemester betreft, maar een verbod op het met een bemester aanwenden van drijfmest of zuiveringsslib in strookjes tussen het gras op de grond. Bij die vorm van aanwenden van drijfmest is de ammoniakemissie namelijk aanzienlijk hoger dan bij het aanwenden van drijfmest in sleufjes in de grond met een zodenbemester of sleufkouterbemester. Alternatieven Er zijn in de afgelopen jaren alternatieven ontwikkeld voor het aanwenden van drijfmest of zuiveringsslib op grasland op klei en veen waarbij de ammoniakemissie gelijk aan of lager is dan die bij gebruik van een zodenbemester. Twee methoden blijken te voldoen: de methode waarbij met een pulsetrackbemester de drijfmest in kuiltjes van maximaal 5 cm breed in de grond wordt gebracht en de methode waarbij met water verdunde drijfmest met de sleepvoetbemester in strookjes van maximaal 5 cm breed tussen het gras op de grond wordt gelegd. Controle Het resultaat van de aanwending met de pulse-trackbemester kan op het oog worden gecontroleerd: als de mest netjes in de kuiltjes ligt en niet over de rand komt, is er sprake van emissiearm aanwenden. Het aanwenden van met water verdunde drijfmest met de sleepvoetbemester vereist echter technische borging. Om te kunnen controleren of er (voldoende) water voor verdunning is gebruikt, is op de machine aanwezige digitale apparatuur nodig die de waterverdunning monitort. Regelgeving Schouten is van plan beide alternatieven op te nemen in een ministeriële regeling zodat deze in 2019 kunnen worden toegepast voor aanwending van drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib op grasland op klei en veen. De technische borging van het alternatief waarbij met water verdunde drijfmest wordt aangewend met een sleepvoetbemester is echter voor die tijd niet gereed. Vooruitlopend daarop zal Schouten daarom regelen dat gedurende 2019 en 2020 door de boer bij controle aannemelijk moeten kunnen worden gemaakt dat hij bij de aanwending van de drijfmest deze met water in de verhouding van één deel water en twee delen mest heeft verdund. NVWA handhavingsplan 2019 Schouten zal de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) vragen om in het handhavingsplan 2019 de naleving van dit alternatief expliciet mee te nemen. Middels een monitoringplan zal worden bekeken of de verwachte emissiereductie voldoende wordt bereikt. Indien de resultaten onvoldoende blijken, zal de minister bekijken of dit alternatief - in aanloop naar de in de versterkte handhavingsstrategie aangekondigde borgingstechnieken - moet worden heroverwogen.
Bron: Minsterie van LNV, 19/12/2018
Publicatie: 20-12-2018