'Pakkans bij mestfraude moet omhoog'

De Commissie Deskundigen Meststoffenwet stelt dat de afschrikwekkendheid van een boete bij een overtreding van de Meststoffenwet mede wordt bepaald door de pakkans. Bij een pakkans van 22% of meer is volgens de commissie gemiddeld niet meer lonend om te frauderen bij de afzet van varkens- en rundveemest. In hoeverre de pakkans nu als op dit niet niveau ligt, kan minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) niet zeggen. Wel moet de pakkans wat haar betreft omhoog. Dat meldt zij in een brief aan de Eerste Kamer in een reactie op vragen van de PvdA.
De door de CDM genoemde pakkans van 22% komt voort uit een modelberekening, schrijft Schouten. Het is niet goed mogelijk om deze pakkans in de praktijk vast te stellen. De minister vindt wel dat de pakkans omhoog moet en daar is de versterkte handhavingsstrategie mest die zij voorstelt ook op gericht.

Ten aanzien van de hoogte van de boetebedragen heeft de CDM aangegeven dat het economische voordeel van overtredingen hiermee ruimschoots wordt weggenomen. Een algehele verhoging van de boetes ligt daarom niet in de rede, stelt Schouten. Op onderdelen kan een verhoging echter wel bijdragen aan een effectiever mestbeleid en daarom wil zij bekijken of differentiatie van boetebedragen mogelijk is op basis van bedrijfsomvang en recidive.

Mesttransporteurs zullen op korte termijn de gegevens over het transport direct en online moeten doorgeven. De regelgeving voor het digitaal volgen van mesttransporten tijdens de transporten zal de komende maanden worden gepubliceerd.
Bron: Ministerie van LNV, 10/02/2020
Publicatie: 12-02-2020