Visie op Biomassa van Natuur en Milieu
Met deze biomassavisie wil Natuur & Milieu een overkoepelend raamwerk neerleggen dat helpt om een antwoord te geven op de vraag hoe biomassa als grondstof zo goed mogelijk in diverse sectoren kan worden ingezet.
Natuur en Milieu verwijst hierbij direct naar zowel het Klimaat- en Energieakkoord dat begin 2019 moet worden gesloten, als naar de Landbouwvisie van het ministerie van LNV.
Er zijn vele studies gedaan naar de beschikbaarheid van biomassa. Op basis van deze studies concludeert Natuur en Milieu dat de totale duurzame biomassabeschikbaarheid voor Nederland tussen 190 en 205 PJ per jaar ligt. In deze hoeveelheden zit heel weinig rek. Indien Nederland meer biomassa gaat toepassen zal dit ten koste gaan van mens en natuur.
Deze hoeveelheid zal in 2020 op basis van voorgenomen en vastgesteld beleid al zijn overschreden. Aan de sectortafels van het klimaatakkoord worden plannen gemaakt voor additionele inzet van biomassa tussen 2020 en 2030. Een eerste schatting van PBL op basis van de hoofdlijnen voor een klimaatakkoord komt op 340 tot 570 PJ additionele inzet van biomassa per jaar. Echter, ook buiten het Klimaatakkoord stijgt de vraag naar biomassa, bijvoorbeeld voor de circulaire economie. In totaal zou de vraag in 2030 een veelvoud kunnen worden van de beschikbare duurzame biomassa. Hierbij vindt Natuur en Milieu overigens dat alleen reststromen voor biomassa gebruikte zouden mogen worden.
In het rapport wordt onderscheid gemaakt tussen biomassa uit bossen en uit de agrarische sector, en tussen productiestromen, en primaire, secundaire en tertiaire nevenstromen. Mest wordt gecategoriseerd als primaire nevenstroom.
In de toepassing van biomassa heeft Natuur en Milieu een volgorde gemaakt waar de biomassa als beste kan worden ingezet:
1. Als bodemverbeteraar
2. Als voedsel
3. Als voer
4. Materiaaltoepassing
5. Biobrandstof (waaronder gas)
6. Electriciteit of warmteproductie
Natuur en Milieu stelt dat het beleid zich moet richten op alleen energie of koolstof, maar op meerdere duurzaamheidscriteria zoals bodemkwaliteit, ontbossing, waterkwaliteit, concurrentie op grondgebruik, voedselzekerheid en milieuparameters.
Hierbij heeft Natuur en Milieu een aantal concrete standpunten over het huidige (subsidie-)beleid.
Het rapport is bijgevoegd.
