Meststoffenwet kent onderscheid in drie soorten boetes

Bij overtreding van de Meststoffenwet worden drie soorten boetes onderscheiden die wettelijk zijn vastgelegd. Er zijn boetes voor ernstige overtredingen, zoals mestfraude, valsheid in geschrifte. Deze worden op basis van de Wet op de economische delicten opgelegd, in het kader van het wetboek van strafrecht. Daarnaast zijn er bestuurlijke boetes voor niet of onjuist afgezette of geregistreerde stikstof of fosfaat. Ook kunnen er bestuurlijke boetes worden opgelegd voor het niet voldoen aan de administratieve verplichtingen zoals vastgelegd in de Uitvoeringsregeling van de Meststoffenwet.
De Wet op de economische delicten bepaalt hoe hoog de boete is die kan worden opgelegd voor ernstige overtredingen en is afhankelijk van de classificatie van de overtreding. Voor het maximale boetebedrag wordt aansluiting gezocht bij de boetecategorieƫn zoals deze in het Wetboek van Strafrecht zijn opgenomen.

De boetes die krachtens de Meststoffenwet worden opgelegd zijn begrensd. De bestuurlijke boete voor een natuurlijk persoon kan vanaf 1 januari 2018 in totaal niet meer bedragen dan 83.000 euro. Voor rechtspersonen is dit een bedrag van maximaal 830.000 euro. Als het boetebedrag hoger is dan deze wettelijke norm dan wordt het boetebedrag gematigd tot het maximaal toegestane boetebedrag. Voor de meer administratieve boetes bepaalt de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet de boete die maximaal kan worden opgelegd.
Bron: Ministerie van LNV, 10/01/2020
Publicatie: 15-01-2020