Best beschikbare gegevens moeten eindvoorraad mest op 31 december bepalen
Veehouders moeten de eindvoorraad mest op 31 december 2019 doorgeven aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Voor het bepalen van de gehaltes moet gebruik worden gemaakt van de ‘best beschikbare gegevens’. Dat houdt in dat de gehaltes zo mogelijk worden vastgesteld op grond van analyseresultaten van de mestvoorraad. Veehouders die deze informatie niet hebben maar die wel analyses hebben van mest die in het afgelopen jaar van het bedrijf werd afgevoerd, mogen gemiddelde stikstof- en fosfaatgehalten uit deze analyseresultaten gebruiken. Als ook die informatie niet aanwezig is dan mag gebruik worden gemaakt van de forfaitaire gehalten.
Met enige regelmaat blijkt dat de voorraadbepaling op basis van analyseresultaten tot oneigenlijke en ongeloofwaardige uitkomsten leidt. Adviesorganisaties pleiten al geruime tijd bij RVO.nl voor het gebruik van alternatieve gegevens om de gehaltes in de mestvoorraden te mogen bepalen, bijvoorbeeld op basis van de gehaltes in de mestproductie, volgens BEX. Echter, door RVO.nl wordt vastgehouden aan het wettelijk kader die het gebruik van analyseresultaten voorschrijft.
In een mestopslag onder de varkensstal kan een bezinklaag ontstaan, omdat de opslag niet of niet genoeg gemixt wordt. Bij het invullen van de eindvoorraad moet de varkenshouder hier rekening mee houden. De bezinklaag kan als aparte voorraad worden opgegeven.
In een mestopslag onder de varkensstal kan een bezinklaag ontstaan, omdat de opslag niet of niet genoeg gemixt wordt. Bij het invullen van de eindvoorraad moet de varkenshouder hier rekening mee houden. De bezinklaag kan als aparte voorraad worden opgegeven.
Bron:
Alfa Accountants en Adviseurs, 20/12/2019
Publicatie: 23-12-2019