Raad van State vernietigt verleende vergunning voor uitbreiding van Biomoer

Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant moet een nieuw besluit nemen over de aangevraagde omgevingsvergunning voor de uitbreiding van Biomoer in Moerstraten. Vervolgens moet dat besluit ter inzage worden gelegd zodat belanghebbenden een zienswijze in kunnen dienen. Dat heeft de Raad van State op woensdag 12 december bepaald. Tegen de uitbreidingvan het bedrijf, dat mest en co-producten vergist, wordt bezwaar gemaakt door de gemeente Bergen op Zoom en verschillende natuurorganisaties.
Over de uitbreiding van Biomoer wordt al vanaf 2011 gesproken en de eerste verleende vergunning daarvoor stamt uit 2014. Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant verleende op 20 februari van dit jaar een gewijzigde omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de capaciteit van de co-vergistingsinstallatie van 25.000 ton naar 43.500 ton per jaar. De gemeente Bergen op Zoom en de natuurverenigingen vrezen dat deze uitbreiding de aanwezige natuur- en landschappelijke waarden zal aantasten. Om tegemoet te komen aan hun bezwaren werd op 7 juni een nieuwe en gewijzigde vergunning verleend, waar onder andere extra voorwaarden zijn opgenomen voor de aanwezige fakkelinstallatie. Maar, ook daar kunnen de bezwaarmakende partijen zich niet in vinden. Ze stapten naar de Raad van State. De Raad van State stelt dat het provinciebestuur, vanwege de vele wijzigingen die inmiddels in de vergunning waren doorgevoerd met betrekking tot het uitbreidingsplan, het besluit van 20 februari al ter inzage had moeten leggen zodat belanghebbenden hierop hun zienswijze konden geven. Omdat dit niet is gebeurd, wordt dit besluit van de provincie vernietigd. Het besluit van 7 juni borduurde voort op het besluit van 20 februari en wordt daarom ook vernietigd. Het college van Gedeputeerde Staten moet van de Raad van State een nieuw besluit nemen over de aangevraagde omgevingsvergunning en daarna de vergunning opnieuw ter inzage leggen voor belanghebbenden. Zie voor informatie de volledige uitspraak van de Raad van State.
Bron: Raad van State, 12/12/2018
Publicatie: 13-12-2018