Europese toelating voor kunstmestvervangers weer een stap dichterbij
Het JRC stelt dat er geen onaanvaardbare milieueffecten of risico’s voor de volksgezondheid zijn bij het gebruik van mineralenconcentraat als aan de gestelde criteria wordt voldaan. Het gebruik van de meststof biedt kansen voor het beter sluiten van kringlopen en voor het efficiënter gebruik van grond- en hulpstoffen in de Europese voedselketen. Wel moet geborgd zijn dat de ammoniakemissie bij de opslag en het toedienen van het mineralenconcentraat worden geminimaliseerd.
Voor het toelaten van de mineralenconcentraten zou als voorwaarde moeten gelden dat de meststof minimaal 90% minerale stikstof bevat of dat de verhouding tussen het totaal organische koolstofgehalte en het gehalte stikstof kleiner is dan 3. Daarnaast zijn er grenzen gesteld aan de maximale hoeveelheid zware metalen in de meststoffen. Een kunstmestvervanger mag niet meer dan 800 milligram zink, 300 milligram koper en 1 milligram kwik per kilo droge stof bevatten.
Het is overigens nog een concept-rapport.
Tijdens Manuresource zal de leider van het onderzoek, de heer Wim Debeuckelaere, deze eerste resultaten presenteren.