Raad van State laat dwangsom voor mestverwerkingsbedrijf in Vught in stand
Mestverwerkingsbedrijf Van Kuijk moet een dwangsom van 51.000 euro betalen aan de gemeente Vught. Dat heeft de Raad van State woensdag 6 november bepaald. Het college van burgemeesters en wethouders van Vught legden in 2016 de dwangsom op omdat het bestemmingsplan voor een perceel dat het bedrijf gebruikt alleen opslag van mest toestaat. Het ver- en bewerken van mest is niet toegestaan.
Van Kuijk beriep zich op overgangsrecht en vocht de dwangsom aan. Volgens het bedrijf werd er op de locatie al jarenlang dierlijke mest en compost be- en verwerkt. Dat zou onder meer blijken uit overlegde luchtfoto’s en andere documenten.
Raad van State stelt echter dat er onvoldoende kan worden aangetoond dat er op het perceel al sinds 2000 op grote schaal mest werd be- en verwerkt. Een beroep op overgangsrecht is daarom niet mogelijk en dat betekent dat de gemeente op goede gronden een dwangsom op kon leggen.
Zie voor meer informatie de uitspraak van de Raad van State.
Raad van State stelt echter dat er onvoldoende kan worden aangetoond dat er op het perceel al sinds 2000 op grote schaal mest werd be- en verwerkt. Een beroep op overgangsrecht is daarom niet mogelijk en dat betekent dat de gemeente op goede gronden een dwangsom op kon leggen.
Zie voor meer informatie de uitspraak van de Raad van State.
Bron:
Brabants Dagblad, 06/11/2019
Publicatie: 07-11-2019