Kamerbrief over handhaving mestbeleid
De minister wordt hierbij geadviseerd door de Commissie deskundigen meststoffenwet (CDM).
De CDM heeft in deze inzicht gegeven in de mestafzetkosten en de fraudeprikkels die daarbij horen, alsmede de afschrikwekkendheid van boetes (deze link). De CDM stelt op grond van berekeningen vast dat bij de huidige boetetarieven fraude bij de afzet van pluimveemest gemiddeld genomen niet loont bij een pakkans van 2% of meer. Bij varkensmest en rundveemest is dat gemiddeld genomen het geval bij een pakkans van 22% of meer.
De minister geeft aan dat het verhogen van boetebedragen niet nodig is omdat in zijn algemeenheid er voldoende afschrikkende werking van uitgaat. Ook geeft ze aan dat een verhoging de draagkracht van met name varkensbedrijven te boven kan gaan. Verder worden met de versterkte handhavingsstrategie mest ook andere maatregelen en sancties genomen, zoals uitsluiting en terugvordering van subsidies, opname in een frauderegister en extra BIBOB-onderzoeken waardoor in het uiterste geval een vergunning kan worden ingetrokken.
Ze is wel voornemens het boetebeleid enerzijds te vereenvoudigen, en anderszijds specifiek te verscherpen. Bij dit laatste gaan voor grotere bedrijven en voor recidiven hogere boetes gelden. Ze verwacht in het eerste kwartaal van 2020 meer duidelijkheid te kunnen geven.
Eerste prioriteit blijft het verhogen van de pakkans.
De kamerbrief vindt u via deze link