NCM: 'Mestverwerkingscapaciteit is voldoende maar verwerking moet hoogwaardiger'

De mestverwerkingscapaciteit in 2022 zal naar verwachting voldoende zijn, gezien de hoeveelheid fosfaat die er dan dan via verwerking of export buiten de Nederlandse landbouw afgezet moet worden. De capaciteit lijkt echter niet voldoende om 70% van alle varkensmest te verwerken. Daarbij lijkt er in 2022 ook nog onvoldoende capaciteit beschikbaar te zijn om hoogwaardige meststoffen te produceren. Dat schrijft het Nederlands Centrum voor Mestverwaarding (NCM) in de Landelijke rapportage en inventarisatie export en verwerking dierlijke mest 2019.
In alle regio's van Noordwest-Europa is er een potentiële vraag naar gerecyclede nutriënten, maar de gewenste meststofsamenstelling verschilt tussen regio’s, schrijft het NCM. In Nederland is de vraag naar producten uit dierlijke mest 176 miljoen kilo stikstof en 180 miljoen kilo kalium. De vraag naar fosfaat van 140 miljoen kilo wordt nagenoeg volledig ingevuld met fosfaat uit dierlijke mest en bodemverbeteraars.

Fosfaat- en stikstofexcretie bleef beneden plafond
De fosfaatgebruiksruimte in Nederland is in 2018 licht gedaald met 1,7 miljoen kilo tot 133,7 miljoen kilo fosfaat. Van 2015 tot en met 2018 daalde de fosfaatexcretie van ruim 180 naar 162 miljoen kilo. De fosfaatproductie ligt hiermee weer onder het door de Europese Unie vastgestelde plafond van 172,9 miljoen kolo, na een periode van overschrijding in 2015 en 2016. De stikstofexcretie van de Nederlandse veestapel is in de periode 2014-2017 toegenomen van 477 miljoen kilo in 2014 tot 512 miljoen kilo in 2017 en is in 2018 gedaald tot 504 miljoen kilo stikstof. Na een overschrijding in 2017 bevindt de stikstofexcretie zich daarmee weer net onder het stikstofexcretieplafond van 504,4 miljoen kilo.

Afname in export en verwerking
Uit de geregistreerde mestverwerkingsovereenkomsten blijkt dat in 2018 voor in totaal 40,6 miljoen kilo kg fosfaat geregistreerd is als verwerking en export in het kader van de verplichte mestverwerking. De export en verwerking is in 2018 met 7,8 miljoen kilo afgenomen tot 46,4 miljoen kilo fosfaat. De export en verwerking van stikstof uit dierlijke mest is in 2018 met 3,7 miljoen kilo gedaald tot 56,5 miljoen kilo stikstof. Het aandeel niet-gehygiëniseerde mest bedroeg vorig jaar 20% van het totaal aan export en verwerking op basis van fosfaat en 25% op basis van stikstof.

Verwerking was voldoende
De excretie van fosfaat minus gebruiksruimte in Nederland is met ruim 37% afgenomen in de periode 2015 – 2018. De te verwerken of te exporteren hoeveelheid fosfaat bedroeg vorig jaar 36,5 miljoen kilo fosfaat. Dat is 8,7 miljoen kilo minder dan in 2014. De gerealiseerde verwerking en export is vanaf de inwerkingtreding van de verplichte mestverwerking in 2014 steeds voldoende geweest om niet alleen de verplicht te verwerken fosfaathoeveelheid, maar ook steeds meer dan het totale fosfaatoverschot te verwerken of exporteren.

96 mestverwerkende bedrijven
Circa 25% van de operationele mestverwerkingsinstallaties produceert hoogwaardige eindproducten zoals mestkorrels of gedroogde mest van 70% droge stof of meer. Driekwart van de operationele installaties produceert meer laagwaardige meststoffen. Een kwart van de bedrijven heeft een installatie om een geconcentreerde vorm van dunne fractie te produceren in de vorm van ammoniumsulfaat of een vloeibaar concentraat, zoals mineralenconcentraat. Deze producten zijn met name bedoeld voor de binnenlandse markt, waar ze stikstofkunstmest kunnen vervangen. De 96 bedrijven die hun capaciteit aan het NCM hebben opgegeven verwerken samen ruim 42,1 miljoen kilo fosfaat. Er zijn 35 bedrijven die minder dan 100.000 kilo fosfaat per jaar verwerken, 51 bedrijven verwerken tussen de 100.000 en 1 miljoen kilo en 10 bedrijven die meer dan 1 miljoen kilo fosfaat per jaar verwerken. Samen verwerken deze 10 bedrijven ruim 23,7 miljoen kilo fosfaat.

Zie voor meer informatie de Landelijke rapportage en inventarisatie export en verwerking dierlijke mest 2019 op de website van het NCM.
Bron: Nederlands Centrum voor Mestverwaarding, 25/10/2019
Publicatie: 28-10-2019