CBS: 'Emissie van ammoniak uit stallen wordt mogelijk onderschat'

Bij de meeste mestsoorten is het stikstofverlies op basis van het verschil in de verhouding verhouding tussen stikstof en fosfaat bij excretie in de stal en bij mestafvoer van het bedrijf groter dan het verlies dat berekend wordt met emissiefactoren voor ammoniak en overige stikstofverbindingen in het model NEMA. Het verschil is het grootst bij vaste mestsoorten en bij emissiearme huisvesting. Alleen bij reguliere huisvesting van rundvee, varkens en pluimvee komt het stikstofverlies op basis van de verhouding stikstof/fosfaat in de buurt van het stikstofverlies berekend met emissiefactoren. Dat stellen onderzoekers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
De CBS-onderzoekers hebben op basis van verschillende datasets van excretiefactoren, vervoersbewijzen dierlijke mest en gegevens over gebruikte stalsystemen stikstofverliezen gekeken naar het verschil in de verhouding tussen stikstof en fosfaat bij excretie in de stal en bij mestafvoer van het landbouwbedrijf. De resultaten van het CBS-onderzoek zullen door de Commissie Deskundigen Meststoffenwet worden gebruikt in het advies over actualisatie van de excretieforfaits in de Uitvoeringsregeling meststoffenwet.

Staltype
De emissiefactoren voor ammoniak van reguliere en emissiearme huisvesting van rundvee en varkens gaan uit van stallen met drijfmest. Deze emissiefactoren worden ook op huisvesting met vaste mest toegepast. Hierdoor wordt de emissie van stallen met vaste mest mogelijk onderschat. Door de grote variatie aan emissiearme loop- en ligboxenstallen voor melkkoeien, het beperkte aantal bedrijven per staltype en de variatie in stikstof- en fosfaatexcretie op het niveau van individuele bedrijven, is het lastig te zeggen in hoeverre het totale stikstofverlies samenhangt met het staltype.

Onzekerheden
Het stikstofverlies dat niet wordt verklaard uit berekende emissies van ammoniak en overige stikstofverbindingen, is bij emissiearme huisvesting relatief groot. Mogelijk dat de effectiviteit van emissiearme huisvesting wordt overschat. De emissiefactoren voor ammoniak per dierplaats berusten voor veel emissiearme systemen niet op metingen maar zijn afgeleid van andere systemen. Er bestaat ook grote onzekerheid over de emissies van overige stikstofverbindingen in de vorm van lachgas, stikstofoxide en stikstofgas door nitrificatie en denitrificatie. De emissiefactoren voor lachgas zijn gebaseerd op standaardwaarden van de IPCC en de emissies van stikstofoxide en stikstofgas zijn daar weer van afgeleide schattingen. De factoren berusten dus niet op metingen in Nederlandse stalsystemen. Dit speelt met name een rol bij vaste mest.

Andere onzekerheden
Ook bij mestopslag buiten de stal kunnen de stikstofverliezen groter zijn dan waar nu van uit wordt gegaan. Daarnaast kan het verschil in stikstof/fosfaat-verhouding bij excretie en bij mestafvoer zijn vertekend. Zo is het mogelijk dat de afgevoerde mest niet representatief is voor alle geproduceerde mest of de mestmonsters geven geen goed beeld geven van de samenstelling of de excretiefactoren wijken af van de praktijk. Een aantal van deze factoren zijn door het CBS aan de hand van gevoeligheidsanalyses nader onderzocht. Het is volgens de onderzoekers niet waarschijnlijk dat daarmee een substantieel deel van het verschil in stikstofverlies op basis van de stikstof/fosfaat-verhouding en op basis van emissiefactoren kan worden verklaard.

Meer informatie is te vinden in het rapport Stikstofverlies uit dierlijke mest op basis van het verschil in stikstof/fosfaatverhouding bij excretie en bij mestafvoer van het CBS.
Bron: Ministerie van LNV, 25/10/2019
Publicatie: 28-10-2019