Holmel in het gelijk gesteld in geschil over indrogen van digestaat
Mestvergistingsbedrijf Holmel in Heythuysen is door de bestuursrechter in Roermond in het gelijk gesteld in een geschil met de Limburgse gemeente Leudal. Het bedrijf maakte bezwaar tegen het handhavend optreden van de gemeente tegen het indrogen en bewerken van mest tot briketten. Volgens de gemeente Leudal zijn deze activiteiten niet toegestaan op het terrein in Heythuysen. Holmel bestrijdt dat dit proces van mestverwerking in strijd is met het bestemmingsplan en is daarom van mening dat de aangevraagde vergunning voor een droogtunnel en opslagruimte ten onrechte is geweigerd.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal heeft geweigerd een omgevingsvergunning aan Holmel te verlenen om af te wijken van het bestemmingsplan, de werking van de eerder vergunde inrichting te veranderen en een opslagvoorziening te bouwen. De aangevraagde vergunning betreft het inpandig verder verwerken van digestaat door het scheiden in een dunne en een dikke fractie, drogen van de dikke fractie en persen tot briketten in een bestaande inrichting.
De rechtbank vindt dat het gehele beoogde procédé, waaronder de aangevraagde uitbreiding, valt onder de definitiebepaling van co-vergisting in het bestemmingsplan zoals die door de Raad van State in de uitspraak van 20 december 2017 inzake beroep tegen het bestemmingsplan is vastgesteld. Het college en de gemeenteraad zijn er daarom ten onrechte van uitgegaan dat een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan nodig was. Ook de weigeringsgronden betreffende het bouwen van een opslagsilo en het veranderen van de inrichting zijn niet deugdelijk gemotiveerd, oordeelt de rechter. Het college moet daarom een nieuw besluit op de aanvraag om een omgevingsvergunning nemen.
Zie voor meer informatie de uitspraak van de rechtbank Limburg
De rechtbank vindt dat het gehele beoogde procédé, waaronder de aangevraagde uitbreiding, valt onder de definitiebepaling van co-vergisting in het bestemmingsplan zoals die door de Raad van State in de uitspraak van 20 december 2017 inzake beroep tegen het bestemmingsplan is vastgesteld. Het college en de gemeenteraad zijn er daarom ten onrechte van uitgegaan dat een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan nodig was. Ook de weigeringsgronden betreffende het bouwen van een opslagsilo en het veranderen van de inrichting zijn niet deugdelijk gemotiveerd, oordeelt de rechter. Het college moet daarom een nieuw besluit op de aanvraag om een omgevingsvergunning nemen.
Zie voor meer informatie de uitspraak van de rechtbank Limburg
Bron:
Rechtbank Limburg, 23/09/2019
Publicatie: 24-09-2019