Dagverse vergisting van rundermest vraagt om aanpassingen in de stal

Rundveedrijfmest vergisten op het melkveebedrijf heeft consequenties voor de bedrijfsvoering en vraagt meestal om aanpassingen aan de stal. Er is een dichte vloer nodig, met een mestafstort aan het einde van de stal. Om de afstand van het transport van dagverse mest naar de vergistingsinstallatie zo klein mogelijk te houden, is een opvangput aan de achterzijde van de stal noodzakelijk, liefst vlakbij de vergister. De opvangput kan, afhankelijk van de beschikbare ruimte voor de pompinstallatie, zowel onder als naast de stal worden gerealiseerd. In de opvangput is een buffercapaciteit voor ongeveer 2 dagen voldoende. Vanuit deze put wordt de mest in meerdere kleine batches per dag overgepompt naar de vergister.
Alleen schone en zuivere mest mag de vergister in. Dat betekent dat er geen reinigingsmiddelen uit de melkstal aanwezig mogen zijn, of ontstemmingsmiddelen uit het voetenbad. Dat vraagt om een goede scheiding van het spoelwater. Eventuele ‘vervuilde’ mest kan in een apart keldercompartiment worden opgeslagen.

Volgens de Nederlandse Technische Afspraken NTA moet het digestaat na de vergisting minimaal 28 dagen in een gasdichte na-opslag, een mestzak of silo, worden opgeslagen. Dit is een belangrijke veiligheidsmaatregel om het risico op navergisting te beperken. Na die 28 dagen kan het digestaat, onder voorwaarden en indien gewenst, weer terug de kelders in. Belangrijk daarbij is dat het digestaat niet in contact komt met verse mest. Op die manier wordt het risico op verdere navergisting voorkomen.

DLV Advies was in België betrokken bij een pilot in een stal voor 100 melkkoeien in België waarbij een koelsysteem werd ingebouwd en getest. In de proef werd grondwater door het systeem gepompt waarmee de vloer constant op 12 ºC werd gehouden. Bij actief koelen, met hulp van een warmtepomp, is het mogelijk om de temperatuur verder verlagen naar ongeveer 8 ºC, de ammoniakemissie uit de mest daalt dan met 50%. Het grote voordeel van dit systeem is dat de warmte uit de warmtepomp kan worden benut voor de mestverwerking of -vergisting.
Bron: DLV Advies, 16/09/2019
Publicatie: 17-09-2019