Landelijke inventarisatie 2015 mestverwerkingscapaciteit
De inventarisatie is verzonden naar 171 mailadressen, er was een respons van 64%, dit zijn 109 respondenten. Acht respondenten hebben aangegeven niet meer actief te zijn in mestverwerking, zodat 101 actieve respondenten overblijven. 60 respondenten hebben een operationele installatie en 41 hebben een nieuw initiatief in ontwikkeling.
In deze rapportage is iedere vorm van behandeling of verwerking van mest meegenomen. Een deel van deze initiatieven is niet de eindschakel in de verwerkingsketen, maar levert de behandelde mest door aan een volgende schakel. De mestverwerkingscapaciteit in deze rapportage betreft de hoeveelheid fosfaat die door een initiatiefnemer zelf is geëxporteerd, verbrand of tot mestkorrels is verwerkt. Deze hoeveelheid is daarom steeds afkomstig van de eindschakel in de keten en voldoet aan de definitie van mestverwerking van de Meststoffenwet.
Vanuit de inventarisatie is veel informatie verkregen over de verwerkers zoals de verhouding tussen vaste en mobiele installaties, de eigendomssituatie en de locatie waar de installatie is gevestigd. De gerealiseerde mestaanvoer bij de respondenten was in 2014 21,5 miljoen kg fosfaat. In 2015 neemt dit naar verwachting toe met 2,6 miljoen kg tot 24,1 miljoen kg fosfaat. Er wordt door de respondenten een groot aantal verschillende technieken gebruikt om de mest te behandelen. 64% van de respondenten met een operationele installatie exporteert zelf (een deel) van de producten. De overige bedrijven leveren hun product door aan een andere schakel in de keten van mestverwerking. De gerealiseerde mestverwerkingscapaciteit bij de respondenten was in 2014 16,8 miljoen kg fosfaat. In 2015 groeit dit naar verwachting met 3,5 miljoen kg tot 20,3 miljoen kg fosfaat.
Ook van nieuwe initiatieven en uitbreidingen van operationele initiatieven is informatie verkregen. Een groot deel van de respondenten verwacht dat hun ontwikkeling in de loop van 2016 gerealiseerd zal zijn. De geplande aanvullende verwerkingscapaciteit is 11,2 miljoen kg fosfaat. Op basis van het stadium van de projectontwikkeling zal naar verwachting 2,2 tot 2,8 miljoen kg fosfaat in 2016 gerealiseerd kunnen zijn.
De geografische verdeling van de initiatieven laat zien, dat de ontwikkeling van de mestverwerkingscapaciteit in concentratiegebied Oost sterk achter blijft bij de benodigde verwerkingscapaciteit voor dit gebied. De beschikbare verwerkingscapaciteit in het gebied Overige Nederland is verreweg het groots, maar wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door één initiatief: de pluimvee mestverbrander. De meeste verwerkers bevinden zich in concentratiegebied Zuid.
De operationele verwerkingslocaties produceren in 2015 ten opzichte van 2014 vaker drogere producten zoals gecomposteerde, gedroogde en/of gekorrelde mestfracties. Ook qua gebruikte technieken zien we een verschuiving naar technieken die tot hoogwaardiger producten leiden. Dit wijst op een ontwikkeling naar een meer professionele mestverwerking.
Naast de respondenten zijn er ook operationele verwerkers die niet hebben meegedaan aan de inventarisatie. Op basis van gegevens uit de inventarisatie van 2014 en uit kennis over deze verwerkers bij de schrijvers van deze rapportage is de verwerkingscapaciteit van deze bedrijven bepaald. De totale operationele verwerkingscapaciteit komt daarmee voor 2015 op 22,5 miljoen kg fosfaat en 14,3 miljoen kg fosfaat voor in ontwikkeling zijnde initiatieven en uitbreidingen.
Met behulp van gegevens van RVO is berekend dat 44,3 miljoen kg fosfaat in 2014 onder de definitie van verwerking uit de Meststoffenwet viel. Het gaat dan om 32,0 miljoen kg fosfaat die is geëxporteerd (inclusief champost, maar exclusief mestkorrels), de verbranding van pluimveemest met in totaal 9 miljoen kg fosfaat en de levering van 3,3 miljoen kg fosfaat aan mestkorrelfabrikanten. In de gegevens van RVO over de export zit ook de export van onbehandelde mest en champost. Dit verklaart het grote verschil met de geïnventariseerde mestverwerkingscapaciteit.
Op de vraag of er voldoende mest wordt verwerkt en geëxporteerd kan worden gekeken naar het verschil tussen productie van mest en het gebruik van dierlijke mest in eigen land. De meest recente cijfers over productie en gebruik van mest in Nederland zijn verzameld door de Commissie Deskundigen Meststoffenwet. Uit de basis variant van deze berekeningen blijkt dat er 47,1 miljoen kg fosfaat verwerkt zou moeten worden. De hoeveelheid fosfaat die in 2014 voldeed aan de definitie van mestverwerking in de Meststoffenwet was dus maar 2,8 miljoen kg fosfaat lager. Dit suggereert dat bijna voldoende verwerkingscapaciteit gerealiseerd is. Echter, naar verwachting is meer verwerkingscapaciteit benodigd vanwege; de ontwikkeling van de melkveesector, het feit dat niet alle bestaande export gebruikt kan worden voor het invullen van de verwerkingsplicht (vanwege het schot tussen pluimveehouderij en de overige diersoorten), de export van fosfaat als dierlijke mest afkomstig van andere bronnen dan dierlijke mest, te hoge forfaitaire fosfaatgehalten van scheidingsfracties en onbetrouwbaar hoge fosfaatgehalten in mestmonsters voor export.