Mestverwaarding cruciaal voor een veilig en duurzaam Nederland - Terugblik op een geslaagd NCM-symposium

“Dy't net donget, dy't net ponget.” – wie niet bemest, krijgt ook geen opbrengst. Dit is het Friese spreekwoord waar minister Femke Wiersma aan het einde van haar speech op het NCM-symposium naar verwees met de oproep om met elkaar vruchtbare ideeën te blijven verspreiden. Met haar inspirerende woorden gaf ze aan dat we ‘aan de bak’ moeten met innovatieve oplossingen; we moeten blijven zoeken naar slimme oplossingen met mest en dit ook in de praktijk brengen.

De minister benadrukte afgelopen maandag tijdens het symposium ook het belang van de landbouw voor de weerbaarheid van Nederland. Staatsecretaris van Defensie Gijs Tuinman ging hier vervolgens verder op in. Hij ziet kansen voor samenwerkingsverbanden tussen de landbouw en defensie, bijvoorbeeld middels het leveren van energie afkomstig uit mestvergisting aan een kazerne van defensie. Dit kan win-winsituaties opleveren voor zowel de landbouwsector als defensie, maar ook voor de rest van Nederland. Door preciezer met mest om te gaan worden verliezen verkleind, wat bijdraagt aan onze voedselsoevereiniteit. In de import van nutriënten als fosfaat, stikstof (aardgas) en kalium zit namelijk een grote kwetsbaarheid van onze samenleving. Tuinman draagt de Nederlandse landbouwsector, die volgens hem van onmisbare waarde is, dan ook een warm hart toe.

De dag, die door meer dan vierhonderd mensen werd bezocht en in een uitermate positieve en toekomstgerichte sfeer verliep, vond plaats bij Loonbedrijf Van Amstel in Lith. Het bedrijf legt momenteel de laatste hand aan een mestverwerkingsinstallatie, waarmee 180.000 ton varkensdrijfmest zal worden opgewaardeerd tot vier waardevolle producten. In het onderstaande filmpje wordt de installatie in twee minuten op toegankelijke wijze uitgelegd. Dit filmpje werd ons en Van Amstel aangeboden door ZLTO.

Het inhoudelijke programma was een mix van interessante inzichten vanuit de praktijk, de wetenschap en de overheid. Bijdragen waren er achtereenvolgens van:

  1. Rembert van Noort van NCM die de stand van het land over de mestbalans, mestverwerking en mestexport presenteerde.
  2. Daniël de Jong die waardevolle inzichten gaf over de beste ‘mestroutes van stal tot land’.
  3. Sidney van den Bergh die schetste hoe in de Osse Polder wordt gewerkt aan een hoogproductieve en duurzame voedselproductie, en dat dit in dit gebied ook de prioriteit krijgt.
  4. Minister Femke Wiersma van LVVN gaf haar visie op de rol van mestverwaarding voor een duurzame en circulaire landbouw.
  5. Staatssecretaris Gijs Tuinman van Defensie benadrukte het belang van een sterke en duurzame landbouw voor een veilig en soeverein Nederland.
  6. Publicist Ralf Bodelier ging in gesprek met zes belanghebbenden uit de praktijk.
  7. Joke Noordsij van LVVN gaf uitleg over de introductie van RENURE (kunstmestvervangers) in de Nederlandse mestwetgeving.
  8. Erna van der Wal van BO Akkerbouw lichtte toe hoe in de akkerbouw werk wordt gemaakt van ‘doelsturing’, als belangrijkste weg om zowel goede gewasopbrengsten te halen als de waterkwaliteit te verbeteren.
  9. Raymond Knops presenteerde zijn bevindingen en adviezen – als mestverkenner en als mestgezant – voor versoepeling van de vergunningverlening van mestverwerkingsinstallaties en het benutten van exportkansen.

Doelsturing: een belangrijk thema
Een belangrijk thema dat tijdens het symposium regelmatig terugkwam was doelsturing. Minister Wiersma omschreef doelsturing als het zo efficiënt mogelijk inrichten van een systeem met zo weinig mogelijk verliezen. Hier raakt bijvoorbeeld precisielandbouw aan, maar ook RENURE. Wethouder Sidney van den Bergh van gemeente Oss benadrukte ook het belang van doelsturing, maar had hier ook nog openstaande vragen over. De Osse Polder, waar ook de mestverwerkingsinstallatie van onze gastheer Loonbedrijf Van Amstel gevestigd is, is een landelijk aangewezen experimenteerlocatie binnen de gemeente Oss. Dit gebied ontwikkelt zich tot een krachtige voorbeeldlocatie voor circulaire en duurzame landbouw waar boeren en overheid samenwerken aan verantwoorde voedselproductie. De wethouder roept op om een ‘gebiedsschap’ in te voeren; een gebiedsvariant van het vroegere productschap waar overlegd kan worden en afspraken gemaakt kunnen worden. Onder andere tijdens de mini-interviews met de praktijk werd dit idee goed ontvangen. Zijn toespraak is hier bijgevoegd.

Erna van der Wal van BO Akkerbouw legde uit hoe hun achterban – telers, toeleverende en verwerkende bedrijven in de akkerbouw – doelsturing in de praktijk gaat brengen voor een goede waterkwaliteit. De ‘Aanpak Nitraat’ bestaat uit een drietrapsaanpak van meten=weten, sturen op emissies en steeds beter inzicht krijgen hoe dat praktisch en effectief kan. Ze gaf ook aan wat de waarde van organische meststoffen hiervoor is, maar ook welke kennisvragen nog beantwoord moeten worden.

RENURE als rode draad door het symposium
RENURE was een thema dat ook bij verschillende sprekers aan bod kwam. Joke Noordsij van het ministerie van LVVN kwam een uitgebreide toelichting geven over de stand van zaken rondom dit onderwerp. Uit haar presentatie bleek dat het ministerie hard werkt om de implementatie van RENURE vlot en soepel te laten verlopen. Private certificering van producenten (veehouders en mestverwerkers) via Renugarant zal verplicht worden gesteld, maar voor een zo snel en soepel mogelijke introductie zal er in eerste instantie ook een (tijdelijke) registratieprocedure voor producenten van RENURE komen.. Renugarant zal een goede borging en de productie van gecertificeerde RENURE-meststoffen waarborgen. Voor de aanpassingen van RENURE in de meststoffenwet loopt tot 8 december een publieke consultatie. Op 12 februari zal NCM in samenwerking met LVVN, RVO, NVWA, Cumela, POV, LTO Nederland en stichting Mestafzetcontrole een webinar houden over RENURE. Hier kunt u zich al voor aanmelden via deze link.

Rembert van Noort presenteerde namens NCM de resultaten van de jaarlijkse inventarisatie over export en verwerking van dierlijke mest in Nederland. Hij ging onder andere in op de ontwikkelingen van de capaciteit om RENURE te kunnen produceren. De huidige capaciteit bestaat uit deelnemers aan de pilot mineralenconcentraat en de Kunstmestvrije Achterhoek. Daarnaast zijn er installaties die wel over de juiste technieken beschikken, maar geen deelnemer zijn aan de pilots. De verwachting is dat de capaciteit voor productie van RENURE vanaf 2027 verder wordt uitgebreid. Verder ging Rembert in op de mestbalans, export en verwerking van dierlijke mest en de bewerkingscapaciteit per provincie. Het volledige rapport is hier te vinden.

Bevindingen en adviezen van de mestverkenner/-gezant
Afgelopen jaar heeft Raymond Knops, voormalig kamerlid, staatssecretaris en minister, zich op verzoek van de minister van LVVN verdiept in zowel de problematiek rond vergunningverlening (als mestverkenner) en in het benutten van kansen voor een verhoogde export van organische meststoffen (als mestgezant). Op het symposium presenteerde hij zijn bevindingen en adviezen. Een van zijn belangrijke adviezen was dat er bij voorbaat geen (effectieve) opties of technieken uitgesloten moeten worden. Een voorbeeld hiervan is de nieuwe mestverwerkingsinstallatie van Van Amstel in Lith. Er zijn provincies die dit soort activiteiten alleen op industrieterreinen toestaan. Volgens Knops is het bedrijf van Van Amstel een uitstekend voorbeeld van een situatie waarbij mestverwerking op het platteland passend is. Bij voorbaat deze activiteiten op het platteland uitsluiten raadt hij daarom af.

Verder benadrukte Knops de dringende noodzaak om te investeren in kennis bij vergunningverleners, toezichthouders, beleidsmedewerkers en andere overheidsdienaren. Dit betreft zowel inhoudelijke kennis als een verbeterd overzicht van vergunde en operationele installaties in Nederland. Samenvattingen van zijn adviesbrieven kunt u vinden op onze website: deze en deze link.

Vertaalslag naar de praktijk
Erna van der Wal (BO Akkerbouw) en Daniël de Jong (WUR) brachten ons dichter bij de praktijk. De Sectoraanpak Nitraat van BO Akkerbouw werd toegelicht door Erna van der Wal. Deze sectoraanpak is een onderdeel van doelsturing. BO Akkerbouw zet hier stevig op in omdat waterkwaliteit van invloed is op de hele keten. Doelsturing geeft hierbij vrijheid om zelf de aanpak te bepalen. Een belangrijk thema binnen dit onderwerp is bemesten naar behoefte. Omdat hier kennis en inzicht voor nodig is, roept ze op om samen te werken.

De beste mestroutes werden door Daniël de Jong gepresenteerd. De resultaten kwamen uit het onderzoek BSMO (Betere stal, betere mest, betere oogst). In het onderzoek is een groot aantal aspecten van mest uit nieuwe stalsystemen onderzocht:

  • Samenstelling en volumes van (dagverse, aan de bron gescheiden) mest: dunne stromen kunnen relatief eenvoudig opgewaardeerd worden tot RENURE, en organische stromen zijn interessanter voor o.a. biogasproductie.
  • Teeltresultaten: van dunne mestfracties ligt de werking tussen die van dierlijke mest en van kunstmest. Verliezen komen door risico op gasvormige (ammoniak-) verliezen. Op bouwland is de werking van de dunne meststromen net zo goed als van kunstmest.
  • Duurzaamheid en economie. Er is een grote emissiereductie mogelijk wanneer mest uit nieuwe stalsystemen duurzaam wordt verwaard, dit geldt voor zowel stikstof (ammoniak) als broeikasgassen. Uit de analyses blijkt echter dat dit bij alle doorgerekende scenario’s netto geld kost. Met andere woorden: investeringen in lagere emissies van ammoniak en broeikasgassen verdienen zichzelf niet helemaal terug, de kosten zijn hoger dan eventuele hogere inkomsten uit waardevollere mest. Bij de productie van RENURE kan bespaard worden op de kosten en bij vergisting kunnen opbrengsten worden gegenereerd, mits er voldoende schaalgrootte is en de energieprijzen gunstig zijn. Per kilogram stikstofreductie is extra investeren in innovatie overigens veel goedkoper dan saneren.

Harm Smit (WUR) gaf vervolgens een toelichting op het project Reinventing Circulair Dairy Farming, een vervolg op BSMO. In dit project wordt gekeken hoe zo optimaal mogelijk gebruik gemaakt kan worden van nutriënten die reeds op de boerderij aanwezig zijn. De deelnemende melkveehouders krijgen gedurende de looptijd van het project de mogelijkheid om geschikte dunne meststromen als RENURE op hun bedrijf te gebruiken, ook als ze qua productieproces niet voldoen aan de criteria. Hierbij is nog ruimte voor nieuwe deelnemers.

De praktijk aan het woord
Onder leiding van publicist Ralf Bodelier werden zes mini-interviews gehouden met verschillende deskundigen uit de praktijk. Aan het woord kwamen Eric Stiphout (varkenshouder en vicevoorzitter POV), René van Casteren (melkveehouder en gebruiker mineralenconcentraat), Alphonse Tijs (importeur organische mest in Frankrijk), Hans van den Boom (Rabobank), Sidney van den Bergh (wethouder in gemeente Oss) en Peter van Dijk (lid dagelijks bestuur Waterschap Aa en Maas). In deze boeiende interviews werden we meegenomen in verschillende praktijkervaringen en werden diverse perspectieven rondom mest belicht.

Presentaties terugkijken?
De presentaties van de sprekers zijn te vinden in de bijlage.