'Evaluatie Meststoffenwet is met oog op geplande herziening niet zinvol'

De Meststoffenwet moet tenminste eenmaal in de 5 jaar worden geëvalueerd. De laatste uitgebreide evaluatie is begin 2017 door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) uitgebracht. Formeel zou de volgende evaluatie uiterlijk begin 2022 aan de Tweede Kamer moeten worden aangeboden. Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) acht dat moment gezien de lopende herbezinning van het mestbeleid niet praktisch. Ze zal nu geen voorbereidingen treffen voor een evaluatie zoals die in 2015-2016 is uitgevoerd. Wel zal zij de daaropvolgende evaluatie, die in 2027 zou moeten worden uitgebracht, naar voren halen. Dat meldt de minister aan de Tweede Kamer.
Schouten acht het wel gewenst om de mate van doelbereik van het tot nu gevoerde mestbeleid in kaart te hebben als vertrekpunt voor het nieuwe mestbeleid. Het rapport 'Landbouwpraktijk en Waterkwaliteit in Nederland; toestand en trends', opgesteld als de nitraatrapportage, kan volgens haar als zodanig dienen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM stelt in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en in samenwerking met het ministerie van LNV een rapport op waarin op basis van monitoringsresultaten in grond- en oppervlaktewater tot en met 2019 toestand en trends worden beschreven. In november 2020 wordt dat rapport aan de Europese Commissie en de Tweede Kamer aangeboden.

Omdat de Nitraatrapportage zich beperkt tot een feitelijke beschrijving van het beleid en een weergave van monitoringsresultaten, zal het kabinet daarop aanvullend beknopt rapporteren hoe dit beleidsmatig beoordeeld en geduid moet worden. Verder laat de minister van Infrastructuur en Waterstaat de Nationale Analyse Waterkwaliteit uitvoeren door het PBL in samenwerking met het Rijk, de regionale waterbeheerders en stakeholders en met ondersteuning van de kennisinstituten. In deze analyse worden de effecten van het huidige beleid, waaronder het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn, en van voorgenomen maatregelen van Rijk, provincies en waterschappen op de verbetering van de waterkwaliteit doorgerekend op het behalen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water. Ook het effect van mogelijke maatregelen door boeren via het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer wordt daarbij voor zover mogelijk doorgerekend.
Bron: Ministerie van LNV, 19/07/2019
Publicatie: 23-07-2019