Effecten van opgewaardeerde dikke mestfracties in veenweide

In de GLB-pilot ‘Gescheiden met waarde’ wordt de waarde van de dikke mestfractie voor de levering van ecosysteemdiensten onderzocht. De dikke mestfractie is afkomstig van een stalsysteem dat scheidt aan de bron. De veldproef werd uitgevoerd door KTC Zegveld, in samenwerking met het Louis Bolk Instituut en het Nutriënten Management Instituut.

Met een vloer die mest en urine bij de bron scheidt, heeft een melkveehouder de mogelijkheid de mineralen efficiënter in te zetten. Bovendien reduceert bronscheiding de emissie van broeikasgassen en in potentie ook van ammoniak uit de mest. Stikstof uit onbehandelde dikke fractie die van een scheidingsvloer geschoven wordt, werkt trager dan die uit drijfmest, die meer minerale stikstof bevat. Wanneer de dikke fractie op wordt gewaardeerd met stro of maaisel, dan
verhoogt dat de stikstofwerking. Bovendien is de fractie dan beter te verwerken op het land.


De tweejarige veldproef op veenweidegrasland in Zegveld leverde informatie op over de effecten van opgewaardeerde dikke mestfracties op biodiversiteit, grasproductie water- en klimaatregulatie en grasproductie. De dikke fracties met slootkantenmaaisel hadden een opvallend hogere stikstofrespons van 0,37 tot 0,41 kilo per kilogram en hogere stikstofopbrengsten dan de andere behandelingen. Het toevoegen van slootkantenmaaisel, zowel verwerkt als bokashi als gecomposteerd, en stro-bokashi verhoogde de drogestofopbrengsten, de stikstofopname en de stikstofbenutting vergeleken met onbehandelde dikke mestfractie.


Effecten van bemesting op grasproductie waren voornamelijk zichtbaar in de eerste snedes na de mestgiften. Deze effecten waren opvallend: de stikstofrespons was 10% voor de onbehandelde dikke fractie en 25% voor drijfmest. Dit verschil is te verklaren door het hogere minerale stikstofgehalte van drijfmest en de vermoedelijk snellere afbreekbaarheid van de organische stof. Verschillende behandelingen waren van invloed op de bodemeigenschappen pH, bodemorganische stof, de totale stikstof voorraad, het stikstofleverend vermogen, de verhouding koolstof stikstof, de gehalten aan kalium, natrium en magnesium, kationen-uitwisselingscapaciteit, de voor planten beschikbare hoeveelheid zwavel.


Er zijn nu geen directe effecten gevonden op de regenwormenpopulatie. Dit had mogelijk te maken met de korte duur van de proef van maar 2 seizoenen en het moment van bemonsteren. Ook bij de geleedpotigen waren de effecten zwak. Het aantal geleedpotigen in de grootteklasse 4 tot 10 millimeter was iets hoger in de behandeling met onbehandelde dikke fractie dan in die met opgewaardeerde dikke fracties. De natuurlijke variatie in het perceel was echter groter dan de verschillen als gevolg van de behandelingen.


Er werden geen duidelijk positieve of negatieve effecten van de opgewaardeerde dikke mestfracties gevonden op de voedselvoorziening voor weidevogels van regenwormen en geleedpotigen. Wel was er een positief effect op de pH van de bodem van opgewaardeerde dikke fractie, met name die met stro-bokashi. Het gebruik van dikke fractie, al dan niet vermengd, gecomposteerd of gefermenteerd, heeft geen duidelijk positief of negatief effect op de waterregulatiefunctie van de veenweidebodem. Wat betreft klimaatregulatie hebben alle vormen van bemesten een negatief effect.


Meer informatie is te vinden in de publicatie 'Veldeffecten van opgewaardeerde dikke mestfracties op de bodem, productiviteit en biodiversiteit van veenweidegrasland'.

Bron: Louis Bolk Instituut, januari 2025
Publicatie: 07-03-2025