Wiersma schetst contouren voor beleid gericht op doelsturing
Een belangrijk onderdeel binnen de omslag naar doelsturing, zijn de bedrijfsspecifieke emissienormen voor de landbouw om de emissies van broeikasgassen en ammoniak te reduceren. Een randvoorwaarde is daarbij dat ondernemers juridische zekerheid krijgen, ook op het gebied van borging van onderliggende data. Wiersma richt zich mij bij het vaststellen van bedrijfsspecifieke emissienormen in eerste instantie op de sectoren melkvee-, pluimvee- en varkenshouderij. Andere sectoren, zoals de kalverhouderij en akkerbouw, volgen op een later moment.
Voor doelsturing op waterkwaliteit wordt in de aanloop naar het achtste Actieprogramma bekeken op welke manier dat binnen dit programma een plek kan krijgen. In dat kader wordt in 2025 en 2026 een praktijkonderzoek uitgevoerd, waarin bij een groep agrariërs een maatwerksystematiek wordt onderzocht op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. De te ontwikkelen systematiek zal gebaseerd zijn op een combinatie van metingen aan de hand van grondmonsters en het vaststellen van het stikstofbodemoverschot.
Voor bedrijfsspecifieke emissienormen zijn keuzes te maken in indicatoren die zijn te gebruiken om een klimaat- of stikstofnorm op bedrijfsniveau uit te drukken. Wageningen University & Research is gevraagd om analyses te maken van de verschillende opties en deze opties te beoordelen op voor- en nadelen en het handelingsperspectief voor de agrarisch ondernemers.
Wiersma laat ook verschillende sturingsvormen onderzoeken, waarbij het uitgangspunt is dat er wordt toegewerkt naar een afrekenbare norm om een geborgde dalende trend van emissies te realiseren. Dit zal vragen om een wijziging van wet- en regelgeving. Het doel is dat er een stoffenbalans komt voor afrekenbare doelsturing voor stikstof, broeikasgassen, nitraat en fosfaat. In 2025 starten er pilots om de systematiek voor de stoffenbalans te vervolmaken.
De komende periode zet Wiersma in op besluitvorming over eenheden waarmee op bedrijfsniveau zal worden gestuurd op de reductie van stikstof- en broeikasgasemissies en het vaststellen van de de hoogte van de emissiegetallen. Deze getallen zullen worden gekoppeld aan jaartallen, inclusief een bijbehorende tijdlijn, waarbij er wordt toegewerkt naar een afrekenbare norm.