Geurhinder uit mestsilo’s lijkt beperkt
Geurhinder van een bedrijf kan afkomstig zijn van een mestopslag. Roland Melse, senior onderzoeker Milieutechnologie en Veehouderij van Wageningen University & Research, denkt dat de hinder in de praktijk niet zo erg groot is. “Voor zover ik weet is hier geen onderzoek naar gedaan. Geur is ook moeilijk objectief te meten. Bij verpompen of roeren van mest in een mestopslag kan wel geuroverlast ontstaan. In theorie zou je gassen uit een mestopslag kunnen afzuigen en afbranden of door een biobed-luchtfilter kunnen leiden, maar de kosten zijn hoog en het levert naar verhouding weinig op in vermindering van geurhinder.”
In het Activiteitenbesluit Milieubeheer staan voorschriften om geurhinder vanuit een opslag voor drijfmest of digestaat te voorkomen en te beperken. Voor vrijstaande mestbassins en ondergrondse mestbassins die niet onder een stal liggen, gelden minimumafstanden tot geurgevoelige objecten variërend van 25 tot 100 meter afhankelijk van de oppervlakte van de mestopslag. Onder geurgevoelige objecten worden gebouwen bestemd voor wonen of verblijf verstaan. Meestal gaat het om bedrijfswoningen of andere woningen. Bij mest- of digestaat-opslagen die groter zijn dan 750 m2 of meer dan 2.500 m3, moeten de eisen in de omgevingsvergunning milieu staan.
Spankap of drijfdek
Volgens leveranciers van mestsilo’s zijn de meest gebruikte methoden om hinder te beperken een spankap op de mestsilo of een drijfdek op de mest. Vanaf 1 januari 2018 is het afdekken van alle mestopslagsystemen al wettelijk verplicht. Dat geldt ook voor oude mestsilo’s die voor 1 juni 1987 zijn gebouwd. Afdekking van een mestbassin brengt onder andere de ammoniakemissie terug, maar beperkt tegelijkertijd ook geurhinder door uitstoot van andere gassen. Naast het afdekken van de silo, kennen leveranciers van mestopslagsystemen geen andere aanpassingen van mestsilo’s die geurhinder beperken.
Afvangen van gassen
In 2012 heeft Pas Mestopslagsystemen samen met chemicus Hans Oonk een proef gedaan met het afvangen van gassen uit een mestopslag. “Wij hebben het systeem aangelegd in 3 proefopstellingen: afvoer van gassen in een drainagebuis in de grond, via een ondergronds biobed en in een luchtkamer onder de grond”, zegt Jan Koopmans, bedrijfsleider van Pas Mestopslagsystemen. "In deze proef bleek uit metingen dat het de ammoniak- en methaanemissie verminderd en zeer waarschijnlijk ook de emissie van andere gassen, zoals zwavelverbindingen die stankoverlast veroorzaken"
Biogasinstallaties
Rondom biogasinstallatie kan ook geuroverlast ontstaan. Een biogasinstallatie zelf is luchtdicht uitgevoerd en is daarom geurloos. Maar bij het lossen van biomassa, het voeden van de installatie of bij scheiden van vergiste mest of digestaat in een dunne en dikke fractie en de opslag ervan, kan geur vrijkomen. Stabiel digestaat uit vergisting van uitsluitend dierlijke mest geeft minder emissies dan onvergiste drijfmest. Voor opslag van digestaat gelden dezelfde afstandseisen dan voor de opslag van drijfmest.
Spankap of drijfdek
Volgens leveranciers van mestsilo’s zijn de meest gebruikte methoden om hinder te beperken een spankap op de mestsilo of een drijfdek op de mest. Vanaf 1 januari 2018 is het afdekken van alle mestopslagsystemen al wettelijk verplicht. Dat geldt ook voor oude mestsilo’s die voor 1 juni 1987 zijn gebouwd. Afdekking van een mestbassin brengt onder andere de ammoniakemissie terug, maar beperkt tegelijkertijd ook geurhinder door uitstoot van andere gassen. Naast het afdekken van de silo, kennen leveranciers van mestopslagsystemen geen andere aanpassingen van mestsilo’s die geurhinder beperken.
Afvangen van gassen
In 2012 heeft Pas Mestopslagsystemen samen met chemicus Hans Oonk een proef gedaan met het afvangen van gassen uit een mestopslag. “Wij hebben het systeem aangelegd in 3 proefopstellingen: afvoer van gassen in een drainagebuis in de grond, via een ondergronds biobed en in een luchtkamer onder de grond”, zegt Jan Koopmans, bedrijfsleider van Pas Mestopslagsystemen. "In deze proef bleek uit metingen dat het de ammoniak- en methaanemissie verminderd en zeer waarschijnlijk ook de emissie van andere gassen, zoals zwavelverbindingen die stankoverlast veroorzaken"
Biogasinstallaties
Rondom biogasinstallatie kan ook geuroverlast ontstaan. Een biogasinstallatie zelf is luchtdicht uitgevoerd en is daarom geurloos. Maar bij het lossen van biomassa, het voeden van de installatie of bij scheiden van vergiste mest of digestaat in een dunne en dikke fractie en de opslag ervan, kan geur vrijkomen. Stabiel digestaat uit vergisting van uitsluitend dierlijke mest geeft minder emissies dan onvergiste drijfmest. Voor opslag van digestaat gelden dezelfde afstandseisen dan voor de opslag van drijfmest.
Bron:
Boerderij Vandaag, 21/06/2019
Publicatie: 24-06-2019