Onderzoek TOPmest wijst op grote variatie in kwaliteit van rundermest
VanHoof betrekt een reeks zeer uiteenlopende gegevens in de beoordeling van de kwaliteit van mest. Hij onderscheidt daarbij chemische, fysische en biologische parameters. Het totaal wordt verrekend tot een eindscore, uitgedrukt in euro’s. Bij de chemische kwaliteit gaat het niet alleen om de gehaltes stikstof, fosfaat en kali, maar ook om de vorm waarin de stikstof voorkomt, de verhouding koolstof-stikstof, en de uitstoot van zwavelwaterstof en ammoniak.
Verder kijkt Vanhoof naar de EC-waarde als maatstof voor het zoutgehalte. Hij heeft tevens een eigen methode ontwikkeld om de zuurstoftoestand van de mest te meten, in de vorm van een 'redoxpotentiaal meting'. Dit ziet hij als maat voor de kwaliteit van de bacteriepopulatie in de mest. Goede mest heeft een pH beneden 7,1, een verhouding koolstof-stikstof van meer dan 10, emitteert weinig ammoniak en zwavelwaterstof en heeft een lage geleidbaarheid.
De waarde van de stikstof, fosfaat en kali wordt berekend op basis van de kunstmestprijzen. Bij een lage verhouding koolstof-stikstof rekent Vanhoof met de prijs van het stro dat nodig is om het koolstofgehalte op te voeren. Bij 172 mestmonsters waarbij hij een analyse maakte varieerde de waarde van kuub mest van 7,16 euro tot per 16,76 euro op basis van de waarde van de nutriënten in de mest. De biologische waarde varieerde van 20,80 negatief tot 11,14 euro positief.