Stikstofoverschot in de landbouw bereikte in 2023 laagste niveau sinds 1990
Het stikstofoverschot wordt berekend door van de aangevoerde hoeveelheid stikstof via voeders en kunstmest, te verminderen met de stikstof die is vastgelegd in dierlijke en plantaardige producten. Verder wordt van de aangevoerde stikstof de hoeveelheid afgetrokken die is afgevoerd buiten de landbouw, bijvoorbeeld door export en mestverwerking. Het stikstofoverschot kan verdeeld worden in een deel dat in de bodem achterblijft of verdwijnt naar de lucht.
In 2023 verdween er vergeleken met een jaar eerder ongeveer evenveel stikstof naar de lucht, namelijk 83 miljoen kilogram. De hoeveelheid stikstof die in de bodem terecht kwam daalde met 18% naar 182 miljoen kilogram. Vergeleken met 1990 is het totale stikstofoverschot met 57% gedaald in 2023. De geleidelijke afname van het stikstofoverschot over de jaren hangt samen met een veelheid aan factoren zoals dieraantallen, stikstofgehaltes in voer en innovaties in de landbouw zoals nieuwe stalsystemen en emissiearme bemesting.
Doordat de zomer van 2023 vrij nat was, waren de opbrengsten van ruwvoer zoals kuil- en weidegras hoog. Door de weersomstandigheden viel het stikstofgehalte van het gras hoger uit dan een jaar eerder. De aanvoer van stikstof via krachtvoer nam met 4% af ten opzichte van 2022. In 2023 werd wel iets meer stikstof aangevoerd in kunstmest dan een jaar eerder.
De hoeveelheid stikstof in dierlijke mest nam in 2023 met bijna 1% af naar 464 miljoen kilogram. Rundvee scheidde bijna 2% meer stikstof uit dan een jaar eerder, al bleven de rundveeaantallen vrijwel gelijk. Dat komt onder andere door de samenstelling van het ruwvoer, die door weersomstandigheden een iets hoger stikstofgehalte kende. De stikstofuitscheiding van de varkenssector daalde met 8%, die van de pluimveesector met iets meer dan 2%. Dit was mede het gevolg van een daling van het aantal varkens en kippen, maar ook doordat het stikstofgehalte in krachtvoer afnam in 2023.