Rechter laat aanwijzing van Groningse nutriënt verontreinigde gebieden in stand
De zaak was aangespannen door het Rechtskundig Bureau voor de Landbouwer namens een groep van 85 boeren. De boeren vinden dat de aanwijzing van het Groningse gebied niet klopt. De aanwijzing hangt samen met een hoog fosfaatgehalte in het oppervlaktewater. De boeren stellen dat er bij de aanwijzing geen rekening wordt gehouden met fosfaat dat van nature voorkomt, onder meer door de invloed van kwel in de kustzone.
De boeren exploiteren hun bedrijven in het werkgebied van waterschap Noorderzijlvest. De door hen gebruikte percelen liggen in nutriënt verontreinigd gebied, waardoor er strengere normen voor bemesting gelden. Het aanwijzen van de gebieden was één van de voorwaarden die de Europese Commissie heeft verbonden aan de derogatiebeschikking.
De rechter wees de vordering van de boeren af, omdat de regeling waarin de nutriënt verontreinigd gebieden zijn aangewezen niet onmiskenbaar onverbindend is. De rechter vindt de keuze van de Staat om geen regionale onderzoeken te gebruiken niet onbegrijpelijk. Bovendien blijkt uit het regionale onderzoek waar door de boeren op werd gewezen niet zonder meer dat de landbouwbijdrage van fosfaat in de gebieden 19% of minder is.
Verder overweegt de rechter dat de aanwijzing niet in strijd is met de Nitraatrichtlijn en dat de derogatiebeschikking geen ruimte bood om uitzonderingen te maken voor gebieden met enkel een fosforprobleem, zoals in het gebied van waterschap Noorderzijlvest het geval is. Ook de door eisers te lijden schade, die door de Staat wordt onderkend, kan niet leiden tot het oordeel dat de aanwijzing onmiskenbaar ongedaan gemaakt moet worden.
De rechter heeft bepaald dat de minister bij de aanwijzing van het gebied niet onrechtmatig gehandeld heeft. De boeren overwegen de uitspraak van de rechter aan te vechten via een spoedappèl aan. Ze hebben vier weken gelegenheid om daartoe te besluiten.
Meer informatie is te vinden in de uitspraak van de rechtbank Den Haag.