Vlaamse parlement stemt in met MAP7

Een meerderheid in het Vlaamse parlement heeft op woensdag 18 december  ingestemd met het nieuwe mestactieplan MAP7 goed. De Vlaamse Landmaatschappij zal de implementatie ervan starten. Het MAP7 is grotendeels gebaseerd op het principeakkoord dat de Vlaamse landbouw-, milieu- en natuurorganisaties in maart 2023 bereikten. Dit werd nog aangevuld met aspecten uit het Landbouwakkoord dat de toenmalige Vlaamse regering sloot met de landbouworganisaties na de boerenprotesten. 

De gebiedsgerichte in Vlaanderen wordt voortgezet en ook worden er een aantal generieke maatregelen doorgevoerd. Als blijkt dat de waterkwaliteitsdoelen niet worden gehaald, kunnen de maatregelen nog worden bijgestuurd. Daarvoor wordt het milieueffectenrapport nog afgewacht. Het MAP7 voorziet ook opnieuw in een toezichtsorgaan waarin een vertegenwoordiger van de minister, vertegenwoordigers van de administratie, van de landbouworganisaties en de milieu- en natuurorganisaties zitting hebben.


​De maximale bemestingsnormen worden verlaagd in die gebieden waar nog een grote verbetering van de waterkwaliteit nodig is. Er komen verdere reducties van de normen in de gebiedstypes 1, 2 en 3. De reducties zijn groter naarmate de waterkwaliteit slechter is en voor nitraatgevoelige teelten, zoals aardappelen, maïs en groenten. Landbouwers kunnen die reducties gedeeltelijk terugverdienen door duurzame technieken te hanteren. Naast het inzaaien van vanggewassen zullen nog andere technieken toegevoegd worden aan de lijst van duurzame technieken waar de landbouwers uit kunnen kiezen. ​


​Om waterlopen beter te beschermen, worden langs een reeks waterlopen beschermingsstroken ingevoerd. De breedte van die beschermingsstroken is 3 meter, behalve op percelen met een nitraatgevoelige hoofdteelt in de gebiedstypes 2 en 3. Daar is de beschermingsstrook 5 meter. Op de beschermingsstrook mag niet bemest worden, zijn er teeltbeperkingen en mogen geen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Op percelen met steile hellingen en percelen in natuurgebieden blijft de bemestingsvrije strook van 10 meter bestaan.


Vanaf 2025 is het mogelijk om bij ongunstige weersomstandigheden 14 dagen af te wijken van verschillende data rond bemesting, zaaien en planten en aanhouden of oogsten van teelten. Dat zal gebeuren op basis van een advies van een op te richten wetenschappelijke adviescommissie. ​De uitrijperiode wordt beter afgestemd op de groeiperiode van bepaalde gewassen om het risico op uitspoeling te beperken. Voor maïs zonder voorteelt en late aardappelen zonder voorteelt mag er pas bemest worden vanaf 16 maart 2025. ​ Effluent opbrengen na 31 augustus 2026 zal niet meer mogelijk zijn, behalve op kleigronden.


​Voor alle vloeibare dierlijke mest die wordt uitgereden, is het gebruik van de AGR-GPS voortaan verplicht. De enige uitzondering is eigen mest op eigen grond, daar geldt de verplichting vanaf 1 juli. Vanaf 2025 geldt er een algemene verplichting om AGR-GPS te gebruiken voor alle transporten van dierlijke mest naar mestverwerking en naar mestzakken. ​


​Het nitraatresidu wordt gerichter en accurater gemeten. Er worden enkel nog bedrijfsevaluaties uitgevoerd op basis van een risicoanalyse door de Mestbank. Vanaf 2026 wordt het bemonsteringsprotocol voor een nitraatresidubepaling aangepast. Deze methode resulteert in een aanzienlijk lagere meetonzekerheid. De tweede drempelwaarde wordt bijgestuurd. Omdat het groeiseizoen langer aanhoudt, wordt de monsternameperiode vanaf 2026 met twee weken verlengd. Bij de bepaling van het nitraatresidu wordt het vanaf 2025 mogelijk om een extra factor toe te passen met het oog op weersomstandigheden.


​Rundveehouders moeten rekening houden met aangepaste uitscheidingscijfers voor hoogproductieve melkkoeien  met meer dan 10.000 kilogram melk per jaar. Voor zoogkoeien worden deze over een tijdspanne van drie jaar stapsgewijs verhoogd naar 31 kilo fosfaat en 75 kilo stikstof.

Bron: VILT, 19/12/2024
Publicatie: 30-12-2024