Vlaams MAP7: lagere gebruiksnormen behalve als je aantoont dat de waterkwaliteit op orde is
Het zevende Mestactieplan komt na een bewogen periode (‘Begrafenis van de Vlaamse friet’, uiteenvallen van overleg tussen landbouw, milieuorganisaties en overheid en toch weer een landbouwakkoord, ongeduld bij Europese Commissie voor uitblijven van maatregelen).
Belangrijkste punten in MAP 7:
Bufferstroken
Langs de waterlopen die in de Vlaamse Hydrologische Atlas staan komen stroken van drie meter waar niet mag worden bemest en ook geen gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt. Voor nitraatgevoelige teelten als aardappelen maïs en groenten, in gebiedstypes 2 en 3 is de strook vijf meter breed. Landbouwers zullen een vergoeding krijgen voor deze maatregel.
Lagere bemestingsnormen met mogelijkheid tot vrijstelling
Vlaanderen is opgedeeld in vier gebiedstypes. Afhankelijk van het gebied en of het een nitraatgevoelige (m.n. mais, aardappelen, groenten) of niet-nitraatgevoelige teelt betreft worden de gebruiksnormen verlaagd. Bij gebiedstype 0 blijven de bemestingsnormen hetzelfde. Bij gebiedstype 1 is dat alleen het geval voor niet-nitraatgevoelige teelten. Bij nitraatgevoelige teelten gaat het om een reductie van vijf procent. In gebiedstype 2 worden de bemestingsnormen gekort met 10 procent bij niet-nitraatgevoelige teelten en 20% bij wel nitraatgevoelige teelten. In gebiedstype 3 is dat respectievelijk -20 procent en -30%.
Echter, bedrijven kunnen van deze korting vrijstelling krijgen als er een ‘positieve nitraatresidu-evaluatie’ kan worden overlegd. Zo’n positieve bedrijfsevaluatie kan een landbouwer krijgen wanneer hij aantoont dat hij goede milieukundige praktijken toepast op het bedrijf, zoals de inzaai van vanggewassen, en kan aantonen dat er bemest wordt in functie de plantbehoeften, bijvoorbeeld op basis van bodemmonsters. Hiervoor komt er een lijst van duurzame praktijken. Deze wordt door een in te stellen ‘opvolgingsorgaan’ uitgewerkt. Dit opvolgingsorgaan is een commissie met deelname vanuit het ministerie, de landbouworganisaties en milieu- en natuurorganisaties, en indien bepaalde thema’s daarom vragen ook nog andere deskundigen. Als er in de vergaderingen van het overlegorgaan geen consensus kan worden bereikt binnen een redelijke termijn, dan is het aan de Vlaamse regering om de knopen door te hakken. Dit opvolgingsorgaan moet direct na goedkeuring van MAP7 worden opgestart.
Gemeten nitraatconcentraties in Vlaanderen. Bron: Nitraat in oppervlaktewater in landbouwgebied
Vlaanderen is fijnmazig ingedeeld in de vier gebiedstypes. Bron: Gebiedstypes | Vlaamse Landmaatschappij
Kalenderlandbouw op de schop
Ook in Vlaanderen is de zogenaamde kalenderlandbouw (verplichte datums waarop gewassen moeten zijn geoogst omdat percelen ingezaaid moeten zijn met groenbemesters) een doorn in het oog van de boeren en tuinders. De datums verdwijnen niet maar worden nu gezien als richtdatums om tot een goede landbouwpraktijk te komen. Belangrijkste doel van de wijziging is dat boeren en tuinders niet meer geconfronteerd worden met deadlines die onmogelijk zijn door het weer.
Aanpassing nitraatmeetnet
Waar we in Nederland het LMM-meetnet kennen heeft Vlaanderen MAP-meetpunten waar men de waterkwaliteit meet. Al lang worden er vraagtekens gezet bij deze meetpunten. Zo zijn er meetpunten waar andere vervuiling (RWZI’s, industrieel afvalwater) de resultaten verstoort. In de komende periode wordt van de meetpunten bepaald of het stroomgebied agrarisch van aard is en dat er geen invloed is de andere mogelijke bronnen. Zodoende kan men straks met meer zekerheid zeggen dat de nitraatbelasting vanuit bemesting komt.
Nitraatresidumeting
In Vlaanderen wordt veel meer dan in Nederland de waterkwaliteit bij boeren en tuinders gemeten. Soms is dat verplicht, als uit eerdere (door de overheid uitgevoerde) metingen is gebleken dat de verliezen te hoog waren. (klik hier voor een document met uitleg). Via een meting van het nitraatresidu wordt de hoeveelheid stikstof bepaald achterblijft in de bodem. Dit is dus stikstof die niet meer door de gewassen opgenomen wordt en dus kan uitspoelen. Het moment van meten is hiervoor belangrijk. Immers, als je te vroeg meet kan de stikstof wel degelijk nog door gewassen worden opgenomen zodat het nitraatresidu wordt overschat. Als er te laat bemonsterd wordt, dan zou het kunnen dat neerslag de nitraatstikstof al uitgespoeld heeft waardoor die niet gemeten wordt en het nitraatresidu dus onderschat wordt. De periode waarin de metingen mogen worden uitgevoerd wordt met twee weken verlengd tot 30 november zijn. Reden is dat door het steeds warmere klimaat de periode waarin gewassen stikstof opnemen langer wordt.
Een andere wijziging is dat men naar volledige bedrijven gaat kijken en niet alleen naar percelen. Hiermee kan het management van de landbouwer beter centraal worden gesteld, zo is de redenering.
Reacties
De minister geeft aan dat MAP7 geen eindpunt is maar eerder een volgende stap in de verbetering van de waterkwaliteit. Ook is de Milieu-effectenrapportage (plan-MER) nog niet afgerond. In dat kader worden onder meer de opstart van een opvolgingsorgaan en de milieu-effectenrapportage (MER) genoemd.
Dat laatste is een belangrijk punt van kritiek uit de hoek van de oppositie en van de milieu- en natuurorganisaties: “De minister wil op een drafje MAP7 doorvoeren waarvan we nu al weten dat ze niet voldoen aan de doelstellingen van de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water”, zo klinkt het. Het zou ook niet stroken met afspraken in het principeakkoord dat vorig jaar tussen de overheid, landbouw- en milieuorganisaties is gesloten. Dit laatste wordt overigens ontkend door minister Brouns van Omgeving en Landbouw in Vlaanderen. “En als uit de MER volgt dat er bijkomende maatregelen nodig zijn, dan zullen we die versneld invoeren.”
Zowel Boerenbond als Algemeen Boeren Syndicaat wijzen erop dat dit nieuwe mestactieplan heel veel vraagt van de landbouwers. “Wij zijn absoluut bereid om onze verantwoordelijkheid te nemen, maar het draagvlak voor MAP7 zal uiterst belangrijk zijn. Met name over de toenemende kostprijs hebben we veel vragen en zorgen.”, meent ABS. Boerenbond pleit om dezelfde reden voor een flankerend beleid en correcte vergoedingen: “Landbouwers die het goed doen, moeten beloond worden”.
Na de goedkeuring door het parlement zal MAP7 worden voorgelegd aan de Europese Commissie. Ook uit dit gesprek zal blijken of aanpassingen nodig zijn. Daarnaast wil Vlaanderen ook in gesprek gaan met Europa over een nieuwe derogatie op grasland en over RENURE.
Informatie over het Vlaamse mestbeleid vindt u op de website van de Vlaamse Landmaatschappij (=VLM). De informatie die er nu staat gaat overigens over het huidige MAP6. Rechts in het scherm van deze link ziet u een knop die naar de stand van zaken van MAP7 doorlinkt.