Melkveehouder ontwikkelt eigen stalsysteem om mest en urine te scheiden

Marijn van Aart werken op zijn melkveebedrijf in het Brabantse Rutten met een zelfontwikkeld stalsysteem om mest en urine te scheiden en zo de emissie van ammoniak te verlagen. De mestschuif op de dichte vloer neemt vooral vaste mest mee. De urine die vooruit geduwd wordt, verdwijnt voor het grootste deel snel via gaatjes in de vloer. Vaste mest valt samen met uit de boxen gelopen stro achter in de stal in een afstortgrup.  Alle pompgaten van de urinekelder zijn afgesloten om emissie via deze weg te voorkomen. De buizen lopen tot onder in de kelder en onder het vloeistofniveau. De urinekelder en de grup worden door een rooster gescheiden. Vocht uit de vaste mest loopt via dit rooster ook de kelder in.

De verse vaste mest wordt vanuit de afstortgrup naar een mestplaat verplaatst. Daar blijft de mest minimaal zes maanden liggen en wordt in die tijd drie keer omgezet. Lekvocht en mestwater uit de opslag voor de vaste mest worden via een extra opvangput teruggeleid naar de urinekelder. De vaste mest bevat 5,15 kilo stikstof, waarvan 0,7 kilo minerale stikstof en 4,5 kilo organische, en 2,95 kilo fosfaat. Dat is iets lager dan de forfaitaire  norm.


De urine rijdt Van Aart uit op eigen land. Hij strooit er kali bij. De dunne fractie bevat waarschijnlijk een hoog aandeel minerale stikstof. Van Aart zoekt naar mogelijkheden om die stikstof ook zo goed mogelijk te benutten. Gescheiden mest betekent ook een ander bemestingsplan. Door een roulatie met akkerbouwers zaait Van Aart elke jaar gras in op roulatiepercelen. Doordat in het najaar wordt ingezaaid, kan er voor het inzaaien nog vaste mest uitgereden  en ingewerkt worden.

Bron: Boerderij, 07/12/2024
Publicatie: 09-12-2024