Cumela wil graag met Wiersma in gesprek over mestexport
Ook het Nederlands Centrum voor Mestverwaarding denkt dat er kansen zijn om de de Nederlandse mestexport uit te breiden. Veel regio’s in Europa kampen met een nutriëntentekort en in een aantal gebieden is er een groot tekort, zoals in Zweden, Polen, Letland en Litouwen. Daar zou de Nederlandse mest van waarde kunnen zijn.
Van de in mesttransport gespecialiseerde intermediairs zegt 80% bij een peiling dat ze de export willen uitbreiden. Een kwart van de ondervraagde intermediairs houdt zich al bezig met export op België, Duitsland en Frankrijk. Het gaat dan hoofdzakelijk om vaste mest. Van de mestvervoerders die nog niet exporteren in het onderzoek, zegt 30% dat in de toekomst wel te willen gaan doen.
Het exporteren van mest moet wel bij een onderneming passen. Bij veel intermediairs ligt de nadruk met name op het efficiënt plannen van het logistieke proces. Bij het exporteren van mest wordt het onderhouden van klantrelaties belangrijker. De afnemer stelt eisen waar aan voldaan moet worden. Dat vraagt een andere aanpak en kennis van een intermediair. Het kost bovendien tijd om goede relaties op te bouwen. Daarmee zal het voor veel bedrijven een investering betekenen die tijd, energie en geld vraagt voordat die winstgevend wordt.
Cumela ziet waarde in het opzetten van exportmissies onder leiding van een gezant met kennis van dierlijke mest. Daarnaast bestaat er behoefte aan een centrale plaats waar alle informatie rond de export van mest wordt gebundeld. Dat zijn punten waar de organisatie ook graag met de minister over in overleg gaat.