Raad van State moet oordelen overdwangsom voor Drentse Duurzame Energie

Drentse Duurzame Energie maakt bij de Raad van State bezwaar tegen een in 2018 door de gemeente Coevorden opgelegde dwangsom van 10.000 euro. De gemeente Coevorden staat in het buitengebied alleen een mestvergistingsinstallatie toe bij grote veehouderijen die de installatie met mest van het eigen bedrijf voeden. De Raad van State doet over enkele weken uitspraak.

De mestvergister in Coevorden staat op het erf van een melkveebedrijf. Dat bedrijf levert de mest maar heeft geen bemoeienis met de exploitatie van de installatie. Dat is in handen gegeven van Drentse Duurzame Energie. Daar trad de gemeente tegen op met het opleggen van een last onder dwangsom.


Het voormalige agrarische bedrijf en de mestvergister is gerealiseerd door een groot veehouderijbedrijf met 1.000 koeien en 1.000 hectare grond. In de mestvergister die Drentse Duurzame Energie runde ging alleen mest van dat bedrijf en niet van andere veehouderijbedrijven. De eis dat de mestvergister alleen bij de hoofdvestiging van het agrarische bedrijf moet is niet reëel, betoogt de energieproducent.


De woordvoerder van de gemeente bevestigde dat Coevorden alleen een mestvergister op de hoofdvestiging van de agrarische bedrijven wil toestaan en merkte daarbij op dat aan hetzelfde veehouderijbedrijf ook een vergunning voor een mestvergister werd verleend voor de hoofdvestiging in Dalen.


De mestvergister waar de zaak om draait is momenteel niet in bedrijf. Voordat Drentse Duurzame Energie de exploitatie overnam waren er heel veel problemen met geuroverlast. De nieuwe exploitant heeft nooit klachten gehad. Mocht het bedrijf  door de Raad van State in het gelijk worden gesteld dan wil de onderneming niet alleen de dwangsom terug maar wordt mogelijk ook een schadeclaim bij de gemeente ingediend.

Bron: RTV Drenthe, 27/11/2024
Publicatie: 28-11-2024