'Beperkt regels over gebruik van additieven in mest'

Op basis van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet en de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet mogen meststoffen alleen gemengd worden met rest- of afvalstoffen die zijn opgenomen in een bijlage van de uitvoeringsregeling. Daarnaast kunnen additieven aan meststoffen worden toegevoegd bijvoorbeeld om de emissie van ammoniak te beperken. Het stelsel van de Meststoffenwet bevat geen specifieke bepaling die de toevoeging van dit soort producten reguleert. Dat schrijft minister Wiersma van Landbouw, Visserij, Voedselkwaliteit en Natuur aan de Eerste Kamer.

Voor bepaalde producten zoals nitrificatie-, denitrificatie of ureaseremmers zijn wel regels opgenomen in de Europese Meststoffenverordening en die mogen op basis daarvan ook in Nederland worden gebruikt. Voor nationale meststoffen geldt in het algemeen dat het stelsel van de Meststoffenwet geen verbod bevat om additieven, niet zijnde rest- of afvalstoffen, toe te voegen aan meststoffen mits de meststoffen waaraan het additief is toegevoegd, voldoen aan de eisen. Een belangrijke eis is daarbij dat de meststof onder normale gebruiksomstandigheden geen schadelijke gevolgen voor de gezondheid van mens, dier of plant of voor het milieu heeft.


In het beoordelingsprotocol voor opname van rest- of afvalstoffen in de bijlage van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet is geen specifiek beoordelingscriterium voor PFOS en PFAS opgenomen. Wel beoordeelt de Commissie Deskundigen Meststoffenwet de rest- en afvalstoffen op aanwezigheid van stoffen die daarin redelijkerwijs aanwezig kunnen zijn vanuit de grondstof of productieproces. Ten algemene is het beleid van de Nederlands overheid er op gericht PFAS en soortgelijke stoffen bij de bron aan te pakken en te voorkomen dat het in het milieu terechtkomt.

Bron: Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, 08/11/2024
Publicatie: 08-11-2024