Ministerie LVVN: Forse investering voor innovatie en doelsturing

In een kamerbrief van minister Wiersma worden diverse onderwerpen over de aanpak van de mestmarkt besproken. Er wordt onder andere ingegaan op de routekaart om te komen tot beleidskeuzes over grondgebondenheid, de brede beëindigingsregeling, de hoeveelheid stikstof in de beginvoorraad mest en een rapport van het traject Koeien en Kansen. Bovendien is er een conceptbrief uitgelekt, waar dieper wordt ingegaan op de verdeling van de € 5 miljard die in het Hoofdlijnenakkoord zijn vrijgemaakt voor landbouw en natuur.

Stappenplan voor een grondgebonden veehouderij
In het addendum van het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn is opgenomen dat de melkveehouderij binnen 10 jaar volledig grondgebonden zal zijn en daarbij een aanzienlijk areaal grasland hoort. Verder wordt in het addendum aangekondigd dat hiervoor een wijziging van de Meststoffenwet in procedure wordt gebracht. Om dit te bereiken is een routekaart met 5 stappen opgesteld:

  • Stap 1: De oplevering van de eerste verkenning waarin de economische effecten in beeld worden gebracht. Hierbij wordt gekeken naar verschillende bandbreedtes voor een graslandnorm, namelijk 0,15 - 0,20 -0,25 - 0,30 - 0,35 - 0,40 hectare per Grootvee-eenheid (GVE).
  • Stap 2: Het uitzetten van onderzoeken met betrekking tot de economische gevolgen in brede zin voor de gehele keten en de bijeffecten van emissies. In deze onderzoeken zullen dezelfde uitgangspunten en bandbreedtes worden gebruikt als in stap 1.
  • Stap 3: Oplevering van vervolgonderzoeken.
  • Stap 4: Beleidskeuzes/-voorstellen gericht op het vormgeven van een grondgebonden melkveehouderij in 2032. Het belang van blijvend grasland, gemengde bedrijven dan wel regionale samenwerking tussen melkveehouders en akkerbouwers zal in deze overweging betrokken worden.
  • Stap 5: Uiterlijk in de eerste helft van 2025 zullen de uitkomsten van dit proces en de gemaakte keuzes gedeeld worden.

Brede beëindigingsregeling
Minister Wiersma geeft aan dat ze ernaar streeft om de brede beëindigingsregeling zo spoedig mogelijk open te stellen. Het doel van de regeling is het leveren van een bijdrage aan het verlagen van de stikstofemissie, natuurherstel en het realiseren van de klimaatdoelen voor de veehouderij. Ook zal de druk op de mestmarkt door deze regeling afnemen.

Er zal worden gekeken of er een toetredingsdrempel wordt ingevoerd, waarbij alleen veehouderijbedrijven met een hogere ammoniakemissie dan een bepaalde waarde in aanmerking komen voor de regeling. Hiermee kan gericht geselecteerd worden op verouderde bedrijven. De brede beëindigingsregeling zal worden gefinancierd vanuit de middelen die zijn vrijgemaakt voor landbouw en natuur in het Hoofdlijnenakkoord. Over de precieze verdeling van deze middelen (€ 5 miljard) moet nog besluitvorming plaatsvinden. Er is echter een conceptbrief uitgelekt waar hier dieper op ingegaan wordt (zie onderstaande afbeelding). Hierin is te zien dat € 1 miljard wordt toegekend aan de brede beëindigingsregeling. Een groot deel van het bedrag (€ 2,25 miljard) zal worden ingezet voor innovatie en doelsturing. De rest zal worden verdeeld over mest (hoogwaardige mestverwerking, exportmaatregelen, RENURE, etc.), natuurbeleid, visserij en overige prioriteiten zoals ketenafspraken, PAS-melders en de ontwikkeling voor een alternatief voor Aerius.

Afbeelding: Tabel uit de uitgelekte conceptbrief van landbouwminister Wiersma.

Aanpassing hoeveelheid stikstof in beginvoorraad mest
Per 1 januari 2025 zullen de stikstofexcretieforfaits ook van toepassing zijn op de mest die als beginvoorraad aanwezig is op boerenbedrijven. Deze wijziging komt voort uit de aanpassing van de stikstofcorrectiefactor.

In de brief wordt ook verwezen naar het project Koeien en Kansen. De deelnemers van dit project geven aan dat de kosten vanwege de afbouw van de derogatie oplopen. Door de toename van de mestafvoer en van het gebruik van kunstmest kan dit variëren tussen de € 20.000 en € 50.000 per bedrijf. Deze gevolgen staan beschreven in het rapport ‘Gevolgen van de afbouw van de derogatie voor de melkveehouderij’.

De volledige kamerbrief is te vinden via deze link.

Auteur: Nicky Kamminga
Bron: Ministerie van LVVN
Publicatie: 07-11-2024