Financiële gevolgen van gewijzigd mestbeleid voor korte termijn in beeld gebracht

Minister Wiersma van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur informeerde vorige maand de Tweede Kamer over de manier waarop zij de mestcrisis aan wil pakken. Flynth accountants en adviseurs maakte een eerste grove berekening van de financiële gevolgen van deze plannen voor een melkveebedrijf voor de korte termijn. Het betreft de impact van het aanpassen van de excretienormen, het verkleinen van de derogatievrije zone en het verhogen van de subsidie ‘Behoud grasland bij afbouw derogatie’.  

Flynth keek bij de veranderingen naar de effecten voor bedrijven met verschillen in productieniveau, het ureumgetal en het aantal koeien per hectare. De nieuwe excretienormen zorgen er voor dat de berekende stikstofproductie stijgt voor alle situaties. De berekende fosfaatproductie verandert nagenoeg niet of neemt licht af. Dit betekent dat voor meer bedrijven de stikstofproductie de bottleneck wordt, in plaats van de fosfaatproductie. Dit kan er in de toekomst voor zorgen dat de prijs van fosfaatrechten verder daalt.


Het extensieve, laagproductieve bedrijf uit het rekenvoorbeeld, had in de uitgangssituatie weinig kosten voor mestafzet. Voor dit bedrijf stijgen de mestafzetkosten met bijna 50%. Bij het gemiddeld intensieve bedrijf met een gemiddelde melkproductie, hebben de nieuwe normen de minste impact.  Op het hoogproductieve, intensieve bedrijf nemen de mestafzetkosten met ruim 20% toe. Qua saldo is bij alle drie bedrijven de impact beperkt. Zowel voor het hoogproductieve als voor het laagproductieve bedrijf stijgen de mestafzetkosten per 100 kilogram melk ongeveer 0,60 euro. Bij het gemiddelde bedrijf is de toename ongeveer 0,20 euro.


Minister Wiersma wil de derogatievrije zone met ingang van 2025 verkleinen van 250 naar 100 meter. Dit betekent dat er extra grond beschikbaar komt waarin de derogatienormen gelden qua mesttoediening. Gemiddeld genomen besparen veehouders 3,50 tot 4 euro aan mestafzetkosten per meter grenzend aan een Natura 2000-gebied, becijfert Flynth. Het aantal veehouders dat veel profijt heeft van deze maatregel, is gering.  


De bemestingsnorm voor grasland ging in 2024 omlaag van 250 naar 230 kilogram stikstof per hectare. In 2025 daalt de norm verder naar 200 kilogram stikstof per hectare en in 2026  naar 170 kilogram. Per hectare grasland en per 10 kilogram daling van de bemestingsnorm is een subsidiebedrag beschikbaar. De subsidieregeling is in eerste instantie vastgesteld tot en met 2025. In de oude situatie was het bedrag 20 euro per 10 kilogram stikstofverlaging per hectare, in de nieuwe situatie gaat dat bedrag naar 50 euro. Daarnaast gaat het plafond aan de-minimissteun omhoog van 20.000 euro in de oude situatie naar 37.000 euro in de nieuwe situatie. 


Flynth maakte een berekening voor een bedrijf met 70 hectare grasland op zandgrond. Dat bedrijf kan aanspraak maken op 4200 euro extra steun in 2024 en voor 2025 is het verschil met de bestaande situatie 10.500 euro. Daarbij wordt wel opgemerkt dat naarmate een bedrijf meer grasland in gebruik heeft, ook het plafond van de-minimissteun eerder in beeld komt. Het relatieve voordeel van het verhoogde plafond kan voor deze bedrijven kleiner worden. Als een bedrijf bijvoorbeeld in het eerste jaar al de maximale hoeveelheid subsidie krijgt, is het niet mogelijk in de twee jaar daarop nog een beroep te doen op de regeling.

Bron: Flynth accountants en adviseurs, 23/10/2024
Publicatie: 24-10-2024