Iets lagere afromingspercentages bij transacties in productierechten

Bij de behandeling van de wijziging van de Meststoffenwet in verband met de voorwaarden over de maximale mestproductie in de derogatiebeschikking 2022-2025 heeft de Tweede Kamer bij de stemming op dinsdag 15 oktober ingestemd met twee amendementen. Het zorgt in de pluimvee- en varkenssector voor iets lagere afromingspercentages bij de transacties in productierechten, dan in het oorspronkelijke voorstel.

In een amendement ingediend door BBB en ChristenUnie wordt geregeld dat bij de berekening van de voorgestelde mestproductieplafonds in het wetsvoorstel voor 2025 niet het nog lopende jaar 2024 als referentiejaar wordt gebruikt, maar de totale mestproductie van het jaar 2023. Door de keuze voor 2023 als referentiejaar worden de afromingspercentages bij transacties in productierechten voor varkens 22% en voor productierechten voor de pluimveesector 13%. Het afromingspercentage van fosfaatrechten blijft 30%. 


In een amendement ingediend door NSC wordt geregeld dat bij het vaststellen van een Algemene maatregel van bestuur een voorhangprocedure geldt. De minister wil via een Algemene maatregel van bestuur kunnen schuiven in mestproductieruimte van de sectorale mestproductieplafonds en ook snel het afromingspercentage kunnen wijzigen bij de handel in productie- en fosfaatrechten. Via de voorhangprocedure wordt geregeld dat de minister die besluiten wel moet voorleggen aan de Eerste en Tweede Kamer. 

Bron: Tweede Kamer, 15/10/2024
Publicatie: 16-10-2024