Tweede Kamer is niet overtuigd dat Wiersma mestcrisis weet af te wenden

In het debat op maandag 7 oktober in de Tweede Kamer drongen veel partijen sterk aan bij minister Wiersma van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur om extra maatregelen te treffen om de dreigende mestcrisis het hoofd te bieden. Ze vrezen dat met de aanpak zoals de minister die voorstelt, een koude sanering binnen de melkveehouderij niet voorkomen kan worden. Ook is er vrees dat boeren gaan frauderen bij de afzet van mest.

ChristenUnie, VVD, NSC, CDA, SP en D66 vroegen Wiersma om de aangekondigde brede opkoopregeling al in 2025 open te stellen en daarmee niet te wachten tot 2026 zoals de minister van plan is. Ook BBB meent dat het verstandig zou zijn als de regeling eerder opengesteld zou kunnen worden om de druk op de mestmarkt te verlagen. De regeling zou met name boeren met een wat verouderd melkveebedrijf moeten overhalen om te stoppen.


In de melkveehouderij en zuivelsector wordt gewerkt aan een voorstel, waarin melkveehouders op basis van vrijwilligheid tegen een vergoeding een deel van hun veestapel al dan niet tijdelijk af te stoten, om zo de mestproductie te verlagen. NSC en CDA vroegen Wiersma of ze bereid is om dat voorstel te ondersteunen.


Een andere zorg van de Tweede Kamer die in het debat aan de orde kwam betreft de aannames die de minister doet ten aanzien van de impact die de lopende beëindigingsregelingen voor de veehouderij zullen hebben op het aanbod van mest. De minister schat dat 65% van de boeren die zich aanmelden met interesse voor die regelingen, er ook voor zal kiezen om te stoppen.


Verschillende partijen wilden weten hoe hard die geschatte 65% is en wat de minister wil doen wanneer de deelname aan de regeling lager uitvalt dan is voorzien Volgens de minister is de schatting gebaseerd op vorige uitkoopregelingen en is het percentage dat ze hanteert behoorlijk voorzichtig.

Bron: Boerderij / Financieele Dagblad, 07/10/2024
Publicatie: 08-10-2024