Fosfaatproductie in dierlijke mest moet binnen een jaar met 9,5% dalen
Minister Wiersma van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur kiest er voor om de plafonds voor melkvee, varkens, pluimvee en overige sectoren in 2025 zodanig aan te passen dat volgens haar de impact op de sector de verschillende sectoren minimaal houden. Het betekent dat de productieruimte voor varkens- en pluimveehouderij in mestproductie veel meer krimpt dan voor de melkveehouderij.
Om het nieuw plafond te halen, moet de melkveehouderij volgend jaar 5,5% minder fosfaat gaan uitstoten en om het nieuwe plafond voor stikstof te halen, is nog 1,8% reductie nodig. In de varkenshouderij moet de fosfaatexcretie nog 18,4% omlaag om onder het plafond voor 2025 te blijven en de stikstofexcretie moet daar nog 15,7% dalen.
De fosfaatproductie van de pluimveesector moet voor het nieuwe plafond van 2025 nog 14% omlaag en de stikstofexcretie moet nog 8,2% dalen. Voor het nieuwe fosfaatplafond voor de overige sectoren waar kalveren, geiten, schapen en vleesvee onder vallen is nog 6,6% reductie nodig. De stikstofproductie van de overige sectoren moet het komende jaar 2,8% dalen om aan het nieuwe plafond te voldoen.