'Goede mest heeft juiste pH en EC-waarde'
De veehouders kregen bij de uitslagen van die analyses een uitgebreid individueel advies over de mogelijke verbetering van de mestkwaliteit. Daarnaast behandelde Vanhoof de resultaten van het project tijdens twee bijeenkomsten, zodat de veehouders hun resultaten met collega’s konden vergelijken.
Om de mestkwaliteit vast te stellen, voert Vanhoof diverse metingen uit. Een daarvan is de meting van de vervluchtiging van mestgassen. De adviseur meet de mogelijke emissie van de mest door een monster van 400 gram een half uur in een dichte ruimte met een in- en uitlaat te zetten. Schone lucht gaat door de inlaat over de mest en wordt aan de andere kant afgezogen. In die uitgaande lucht meet hij de concentratie aan ammoniak en waterstofsulfide.
Het gemiddelde ammoniakgehalte van de gemixte mest op de vijftig veebedrijven was iets meer dan 40 delen per miljoen (ppm). Het laagste gehalte was 26 ppm, het hoogste 77 ppm. Het streven is een gehalte beneden de 30 ppm en boven de 80 ppm is de mest duidelijk van mindere kwaliteit, zeker als tegelijkertijd veel emissie van waterstofsulfide wordt gemeten.
De zuurgraad van de mest heeft veel invloed op de vervluchtiging van ammoniak. Bij mest met een pH-waarde van 6 is er bijna geen vervluchtiging. Bij een pH-waarde van 7 vervluchtigt 0,05% van de ammoniakale stikstof. Bij een pH-waarde van 8 stijgt de vervluchtiging al naar 33% en bij een pH-waarde van 9,3 naar 50%. De pH-waarde van de mest wordt onder andere beïnvloed door het rantsoen van het vee en het gebruikte strooisel in de ligboxen.
Goede mest heeft een pH-waarde van 6,8 tot 7,1. Bij die zuurgraad gaat mest fermenteren onder invloed van verzurende bacteriën. Bij hogere pH-waarden neemt het aantal ongunstige bacteriën toe en ontstaat onder meer waterstofsulfide, een schadelijk en giftig gas. Er ontstaan dan ook allerlei stoffen die giftig zijn voor bodemleven en planten, waardoor gras en mais van deze mest minder goed groeien. Aanzuren van mest is volgens Vanhoof geen oplossing om de vervluchtiging van ammoniak te verminderen. Het effect is maar tijdelijk, blijkt uit proeven.
Een ander kengetal voor de mestkwaliteit is de elektrische geleidbaarheid (EC). Dat is een maat voor de hoeveelheid opgeloste zouten en mineralen. Als minerale zouten zoals ammonium, kali, natrium en chloor gebonden zitten aan de organische stof, dan is de EC laag. Zitten de zouten in oplossing, dan is de EC hoog en dat is minder gunstig voor het bodemleven en de planten.