Advies om zuinig te zijn wanneer nog mest op grasland wordt uitgereden
De hoge mestafzetkosten hebben tot gevolg dat melkveebedrijven de eigen gebruiksruimte optimaal willen benutten. Door het natte weer van afgelopen voorjaar is er minder mest toegediend dan normaal. Om alsnog de gebruiksruimte volledig te benutten, is meer mesttoediening in de zomer noodzakelijk. Recent is de periode van mesttoediening op grasland verlengd tot 15 september.
Bij een late mesttoediening is de benutting van stikstof lager dan in het voorjaar. Vanaf eind augustus heeft gras nog maar weinig aanvulling met stikstof nodig. Dit komt omdat de groeisnelheid snel afneemt met het korter worden van de dagen en de nalevering van stikstof uit de bodem vrij hoog is. Zeker dit jaar mag gerekend worden op een hoge stikstofnalevering vanwege een goede vochtvoorziening en een warme maand augustus. De mineralisatie van bodemstikstof is hoog
Veehouders die mest toedienen, krijgen het advies om de gift te beperken tot hooguit 15 m3 per hectare. Met deze gift wordt ongeveer 18 kilo werkzame stikstof gegeven. Daarbij is er nog een nawerking van circa 10 kilo later in het najaar. Op zand en kleigrond moet bij voorkeur alleen worden bemest op percelen die gemaaid worden. Op veengrond is geen mest nodig.
Najaarsgras is meestal minder smakelijk. Dan is het zaak dat mest bij zodenbemesten netjes wordt toegediend in de sleuf. Dat kan met een kleine gift, een goed afgestelde machine en een niet te hoge rijsnelheid. Met mest besmeurd gras beperkt de opname bij weidegang en bij maaien is er kans op mestresten in de kuil, wat ten koste gaat van de voederwaarde. Bij sleepvoetbemesting is het zaak de mest bij voorkeur met meer dan 50% te verdunnen en nauwkeurig op de grond te plaatsen om besmeuring te minimaliseren.