Europees project LEX4BIO om afhankelijkheid van geïmporteerde meststoffen te verminderen
Op 12 en 13 juni vindt in Helsinki de startbijeenkomst plaats van het nieuwe Europese onderzoeksproject LEX4BIO. Het heeft tot doel de afhankelijkheid van geïmporteerde meststoffen te verminderen, nutriëntenkringlopen te sluiten en de duurzaamheid van Europese landbouwsystemen te verbeteren. Het LEX4BIO consortium omvat 21 partners uit 14 Europese landen, waaronder onderzoeksinstituten, universiteiten, het MKB en industriële partners. Het project heeft een budget van 6 miljoen euro en loopt tot mei 2023.
De milieueffecten van de Europese landbouw worden grotendeels veroorzaakt door geïmporteerde minerale fosfaten en stikstofmeststoffen. De voorraden van fosfor zijn eindig, en de productie van stikstofhoudende meststoffen is energie-intensief en veroorzaakt emissies van broeikasgassen. Tegelijkertijd blijven nutriëntenrijke nevenstromen en organisch afval onderbenut. Het nieuwe Horizon 2020-onderzoeksproject LEX4BIO is er daarom op gericht om de milieubelastende minerale meststoffen te kunnen vervangen door meststoffen uit nevenstromen. In het onderzoek worden de nutriëntrijke nevenstromen in kaart gebracht, hun nutriëntensamenstelling bepaald, en wordt technologie ontwikkeld om meststoffen te produceren.
Dr. Chris Slootweg van het Van 't Hoff Instituut for Molecular Sciences van de Universiteit van Amsterdam zal zich richten op de evaluatie van organische verontreinigende stoffen en zware-metaalzouten in herwonnen nutriënten uit stedelijke afvalstromen. Hij zal strategieën ontwikkelen om deze nutriënten optimaal te kunnen hergebruiken en tot hoogwaardige meststoffen te recyclen, en zo bij te dragen aan een circulaire nutriënteneconomie.
Dr. Boris Jansen en dr. John Parsons van het Institute for Biodiversity and Ecosystem Dynamics van de Universiteit van Amsterdam zullen bijdragen aan de beoordeling van de milieu-impact van de nevenstromen door ze met behulp van hoge-resolutie massaspectrometrie te screenen op hun gehalte aan farmaceutische producten en andere organische verontreinigingen. Samen met andere projectpartners zullen ze de biologische beschikbaarheid en de bestemming van deze verontreinigende stoffen bepalen. Ook zullen ze kleinschalige teeltexperimenten in een kas uitvoeren, om te bepalen of de verontreinigingen door de gewassen worden opgenomen, wat mogelijke gevolgen voor de voedselveiligheid kan hebben.
Dr. Chris Slootweg van het Van 't Hoff Instituut for Molecular Sciences van de Universiteit van Amsterdam zal zich richten op de evaluatie van organische verontreinigende stoffen en zware-metaalzouten in herwonnen nutriënten uit stedelijke afvalstromen. Hij zal strategieën ontwikkelen om deze nutriënten optimaal te kunnen hergebruiken en tot hoogwaardige meststoffen te recyclen, en zo bij te dragen aan een circulaire nutriënteneconomie.
Dr. Boris Jansen en dr. John Parsons van het Institute for Biodiversity and Ecosystem Dynamics van de Universiteit van Amsterdam zullen bijdragen aan de beoordeling van de milieu-impact van de nevenstromen door ze met behulp van hoge-resolutie massaspectrometrie te screenen op hun gehalte aan farmaceutische producten en andere organische verontreinigingen. Samen met andere projectpartners zullen ze de biologische beschikbaarheid en de bestemming van deze verontreinigende stoffen bepalen. Ook zullen ze kleinschalige teeltexperimenten in een kas uitvoeren, om te bepalen of de verontreinigingen door de gewassen worden opgenomen, wat mogelijke gevolgen voor de voedselveiligheid kan hebben.
Bron:
Universiteit van Amsterdam, 11/06/2019
Publicatie: 11-06-2019