'Organische mest op tarwestoppel moet goed worden meegerekend'

Een groot gedeelte van de wintertarwe in het zuidwesten van Nederland is gedorst. De opbrengsten zijn wisselend, maar vallen over het algemeen tegen in vergelijking met afgelopen jaren. De donkere dagen tijdens de bloei en in de periode van vulling zijn hier waarschijnlijk de oorzaak van. Indien er nog bemestingsruimte is, is het nu aantrekkelijk om drijfmest uit te rijden, stelt CZAV. Ook zijn andere organische mestsoorten interessant.

In hoeverre de organische mest valt mee te tellen in de bemesting van een volggewas is altijd lastig te bepalen. Het is in ieder geval belangrijk om de organische fractie van mest zo goed mogelijk mee te nemen. Vaak wordt gerekend met de minerale fractie waar de gewassen dat seizoen nog wat aan hebben. Maar de organische fractie wordt vaak vergeten en niet meegerekend.


Bij rundveedrijfmest komt ongeveer de helft van de bemestende waarde uit de organische fractie. Wanneer deze nu op de tarwestoppel zou worden uitgereden, komt maar circa 20% tot 1 november vrij. Bij vaste rundvee mest is dit circa 25%. Die overige 75% tot  80% is niet verloren, maar komt de teeltseizoenen daarna beschikbaar. Hier wordt nog te weinig rekening mee gehouden, stelt CZAV.


Bemestingregels worden strenger, omdat er nog te veel uitspoeling is van nitraat richting het water. Het is van belang om de  bemesting te optimaliseren. Een van de sleutels ligt bij het beter meerekenen van organische mest.

Bron: CZAV, 31/07/2024
Publicatie: 05-08-2024