Technische onderbouwing beleidsregels voor risicobeperking gezondheidseffecten via de lucht van mestbewerkingsinstallaties.

De provincie Noord-Brabant wil de risico’s voor de volksgezondheid door mestbewerkingsinstallaties tot een minimum beperken. Er is reeds verschillende regelgeving en er zijn diverse (provinciale) beleidskaders om invulling te geven aan dit streven van minimale risico’s. Zo vindt regulering plaats van de locatie en de ligging van mestbewerkingsinstallaties. Voorts zijn er normen gesteld voor onder andere luchtkwaliteit en geur vanuit het milieu en het ruimtelijk spoor. De Verordening Ruimte van de provincie Noord-Brabant geeft hiervoor een vergaand beoordelingskader. Een recente ontwikkeling op het snijvlak van milieu en gezondheid is blootstelling aan bio-aerosolen1. Deze deeltjes die via de lucht kunnen worden verspreid, vormen een mogelijk risico voor de volksgezondheid (RIVM, 2016; RIVM, 2017). Er is echter nog geen specifieke regelgeving om blootstelling aan bio-aerosolen via de lucht te minimaliseren. De provincie wil dit oplossen door uit te gaan van het zogenoemde ‘potdichtprincipe’. De provincie wil dit principe verder uitwerken en operationaliseren via een beleidsregel. Dit onderzoek dient als onderbouwing daarvoor.

Achtergrond

Er is maatschappelijke zorg over de gezondheidsrisico’s van mestbewerking. Deze zorg wordt door de provincie Noord-Brabant onderkend. Bij het verlenen van de omgevingsvergunning milieu worden reeds vergaande eisen gesteld aan de vergunning, bijvoorbeeld ten aanzien van luchtkwaliteit en geur. Recent is zorg ontstaan over de emissies van bio-aerosolen uit mestbewerkingsinstallaties. De provincie hanteert hierbij het voorzorgsbeginsel. Dit houdt in dat zij het zekere voor het onzekere neemt. Uitgaande van het voorzorgsbeginsel ontwikkelt de provincie regels om de risico’s voor volksgezondheid tot een minimum te beperken.

Op dit moment ontbreekt het aan regels over het minimaliseren van bio-aerosolen. Dit beleid wordt nu ontwikkeld. Volgens dit beleid mogen geen emissies van bio-aerosolen vanuit een mestbewerkingsinstallatie plaatsvinden: het zogenaamde ‘potdicht-principe’. Door de emissies van bio-aerosolen tot een minimum te beperken, wil de provincie ook deze gezondheidsrisico’s tot een minimum te beperken.

Op 13 juni 2017 hebben Gedeputeerde Staten de notitie ‘Versnelling transitie veehouderij’ vastgesteld waarin is opgenomen dat zij het ‘potdicht-principe’ toe willen passen bij mestbewerkingsinstallaties en dat uitwerken in een beleidsregel. Op 8 juli 2017 is deze notitie ook door Provinciale Staten vastgesteld.

Om deze beleidsregel op te kunnen stellen moet er een document worden opgesteld dat de volgende vragen beantwoordt:

  • Welke technieken zijn er en welke combinaties van technieken worden toegepast?
  • Wat doen de technieken om contaminanten welke bedreigend kunnen zijn voor de volksgezondheid (micro-organismen, restanten daarvan en bio-allergenen) te minimaliseren?
  • Wat is het restrisico?
  • Is het economisch haalbaar?


In opdracht van de Provincie Noord-Brabant heeft Tauw ondersteuning geboden bij het opstellen van de technische onderbouwing van de beleidsregels. Dit rapport omvat onze aanpak en resultaten ten behoeve van de technische onderbouwing voor de op te stellen beleidsregel ‘volksgezondheid en mestbewerkingsinstallaties’ van de provincie Noord-Brabant.

Doel

De provincie wil kennis en inzicht krijgen in bestaande mestbewerkingstechnieken, welke effecten deze technieken hebben met betrekking tot de uitstoot van bio-aerosolen naar de lucht en de (verdergaande) maatregelen om gezondheidseffecten te voorkomen of zoveel mogelijk te minimaliseren.

Daarnaast wil de provincie inzicht of de (verdergaande) maatregelen haalbaar zijn met betrekking tot de doelstelling van de provincie (potdicht-principe) en of deze economisch haalbaar zijn. Er wordt daarbij mede getoetst aan maatregelen die thans in bestaande en lopende aanvragen worden toegepast.

Technische onderbouwing beleidsregels voor risicobeperking gezondheidseffecten via de lucht van mestbewerkingsinstallaties.
Bron: Berend Hoekstra en Albert Brouwer
Publicatie: 19-04-2018