'Tekort aan mestplaatsingsruimte is punt van grote zorg'
"Inzet op mestverwerking tot kunstmestvervangers en mestexport worden erg belangrijk voor de sector", meent Verstraten, "maar het biedt pas een oplossing voor de wat langere termijn. We moeten blijven innoveren, anders houden we geen melkveehouderij meer over."
In de discussie hoe Nederland eruit moet zien, is het belangrijk hoeveel grond er beschikbaar blijft voor de landbouw. Het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet speelt daarbij een belangrijke rol. De impact van 5 miljoen kilo krimp aan plaatsingsruimte voor stikstof uit dierlijke mest door het bemestingsverbod rond beekdalen en 47 miljoen kilo in het kader van het Nationaal Plan Landelijk Gebied is volgens de LTO-voorman een groot struikelblok. "Landelijk gezien gaat het in de Nationaal Plan Landelijk Gebied om 275.000 hectare. Dat is een zesde van het huidige landbouwareaal en dit maakt het ook lastig om als sector te extensiveren. Wanneer je moet extensiveren met minder grond, houd je geen relevante melkveehouderij meer over."
"Er wordt veel gesproken over een grondgebonden veehouderij, maar zelfs met 30% krimp van de veestapel en tegelijk een verlies van 15% landbouwareaal blijft de veehouderij behoorlijk intensief. Extra grond aanwenden door pacht of koop kan een individuele veehouder helpen, maar is voor de sector geen oplossing. Banken en makelaars zien dat grond buiten de grasregio's vaak te duur is voor de melkveehouderij. Melkveehouders kunnen dan niet concurreren met akkerbouwers. Partijen die landbouwgrond kopen zouden tegelijk moeten investeren in opkopen van dierrechten of mest verwerken."