Grasland benut stikstof uit kunstmest beter dan stikstof uit dierlijke mest

In de periode 2018-2021 heeft Wageningen University & Research een veldproef en ondersteunende pot- en incubatieproeven uitgevoerd, waarbij gebruik van kunstmest en dierlijke mest is vergeleken bij grasland dat wordt gemaaid. De stikstofbenutting van het gewas was bij kunstmest hoger dan bij dierlijke mest ook als de recente nawerking uit toegediende mestgiften in het verleden werd meegenomen. In het algemeen werden geen duidelijke verschillen in nitraatuitspoeling tussen kunstmest en dierlijke mest gevonden.

Uit de resultaten blijkt dat in het jaar van toediening de benutting van stikstof uit kunstmest hoger is dan die van dierlijke mest. Dit was het geval in zowel de veld- als de potproef. In de veldproef is voor dierlijke mest in latere jaren een nawerking van stikstof waargenomen, maar ook wanneer deze nawerking wordt meegenomen, is de totale benutting van stikstof lager voor dierlijke mest dan voor kunstmest.


Binnen de dierlijke mestsoorten was in het algemeen de benutting van stikstof uit varkensdrijfmest hoger dan die van runderdrijfmest en digestaat. In twee van de drie jaar was in het jaar van toediening de hoeveelheid minerale bodemvoorraad aan stikstof in het najaar bij de objecten met dierlijke mest hoger dan bij de kunstmestobjecten. In de jaren nadat de bemesting was gestopt, zijn er geen verschillen meer waargenomen tussen de objecten.


Bij de nitraatconcentratie in het grondwater zijn er gemiddeld geen duidelijke verschillen waargenomen tussen de kunstmest- en dierlijke mestobjecten, noch in het jaar van toediening, noch in de jaren nadat de bemesting is gestopt. Alleen bij de vroeg toegediende KAS in 2018 was het nitraatgehalte in het bovenste grondwater significant hoger dan bij de dierlijke mestsoorten. Ook in de pottenproef werden geen duidelijke verschillen in uitspoeling tussen stikstof uit kunstmest en uit dierlijke mest waargenomen.


Bij de lachgasemissies  werden vooral bij dunne mestproducten hogere emissies gevonden dan bij kunstmest en de onbemeste controle. Bij de vaste mestproducten werden geen verschillen in lachgasemissies waargenomen met de controle. Bij één van de drie geteste bodems in de pottenproef was de potentiële denitrificatie bij digestaat en dunne fractie hoger dan bij de controle en de kunstmeststoffen. In de mineralisatie incubatieproef was er alleen bij de vloeibare mestproducten een toename van de minerale stikstof. Bij de vaste producten was dit niet het geval.


Meer informatie is te vinden in het rapport 'Stikstofbenutting en nitraatuitspoeling bij dierlijke mest en kunstmest op gemaaid grasland'.

Bron: Wageningen University & Research, mei 2024
Publicatie: 25-06-2024