Twee pilots gericht op evenwichtsbemesting in de melkveehouderij
In 2024 start de BSPN. Dat staat voor 'bedrijfsspecifieke differentiatie van de gebruiksruimte voor kunstmest'. De bedrijfsspecifieke stikstof- en fosfaatgewasopbrengst is in de BSPN de grondslag voor een bedrijfsspecifieke gebruiksruimte, waarbij voor fosfaat ook de fosfaattoestand wordt meegewogen. Een belangrijk verschil met de BES is dat binnen BSPN de dierlijke mestgift is gemaximeerd tot 170 kilo stikstof per hectare en dat differentiatie nu vooral plaatsvindt via kunstmest.
Met BSPN wil men voorkomen dat de differentiatie slechts wordt toegepast op bedrijven met hoge gewasopbrengsten en niet op bedrijven met lage opbrengsten waardoor in praktijk alleen verruiming van de gebruiksruimte wordt benut en werken met lagere gebruiksruimte achterwege blijft. Ook de noodzaak en wenselijkheid om bedrijfsspecifiek te differentiëren vanuit het oogpunt van bodem vruchtbaarheid, gewasproductie en het realiseren van een goede waterkwaliteit vraagt aandacht. Het eerste jaar wordt gebruikt ter oriëntatie en voorbereiding van een praktisch en kansrijk vervolg vanaf 2025.
Renure-meststoffen staan sterk in de belangstelling van de melkveehouderij omdat veehouders de meststoffen mogelijk als kunstmestvervanger kunnen gebruiken op hun bedrijf, bovenop de norm van 170 kilo per hectare. Ook verschillende Koeien & Kansen-deelnemers overwegen te investeren in Renure of hebben hiertoe al stappen ondernomen. Door intensieve dataverzameling wordt binnen Koeien & Kansen gemonitord wat de effecten zijn van de meststoffen op de milieuprestaties en op de economie. Daarbij kijken de deelnemers onder meer naar de verdeling van verschillende mestproducten over de gewassen, de bemestende waarde van de producten en effecten op emissie van ammoniak en methaan.