CDM gaat bedrijfsspecifieke verantwoording fosfaatexcretie nog in breder perspectief onderzoeken
De Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) heeft op verzoek van minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) onderzocht op welke manier bedrijfsspecifieke verantwoording van de fosfaatexcretie in het kader van het fosfaatrechtenstelsel kan worden ingevoerd. Omdat streven naar fosfaat-efficiëntie mogelijk haaks kan staan op het streven naar een grondgebonden melkveehouderij en kringlooplandbouw, heeft de minister de commissie gevraagd de opties nader te duiden en zoveel mogelijk te kwantificeren en daarbij ook in een breder perspectief te beoordelen. Daarna zal zij besluiten over een vervolg, bijvoorbeeld via een pilot.
De CDM heeft 4 opties beschreven die sterk verschillen in de mate waarin rekening wordt gehouden met bedrijfsspecifieke kenmerken en de controle en verifieerbaarheid van de berekende fosfaatexcreties en de handhaafbaarheid van de methode. In het advies van de CDM ligt de focus op de bedrijfsspecifieke verantwoording van de fosfaatproductie en wordt daarnaast kort ingegaan op de mogelijkheden om kringloopefficiëntie op bedrijfsniveau te meten.
Nadelig voor grondgebonden bedrijven
In het advies stelt de CDM vast dat bij bedrijfsspecifieke verantwoording van fosfaatexcreties bedrijven met weinig land en geen weidegang, de meeste vrijheidsgraden hebben om de fosforgehaltes in het rantsoen te verlagen en de fosfaat-efficiëntie van de melkproductie te verhogen. Grondgebonden bedrijven zouden mogelijk worden benadeeld wanneer zij bedrijfsspecifieke verantwoording van de excreties moeten toepassen. Dit zou een onwenselijk effect zijn.
Vervolganalyse
De CDM stelt voor om de voor- en nadelen van de 4 opties en mogelijke varianten van die opties nader te duiden en zoveel mogelijk te kwantificeren. Minister Schouten volgt dit advies op en zal de CDM daarbij vragen om niet sec naar de fosfaatproductie te kijken, maar ook naar aanwending, verwerking en afvoer van meststoffen en te onderzoeken hoe het fosfaatrechtenstelsel kringlooplandbouw kan stimuleren. Na deze analyse verwacht de minister tevens meer inzicht te hebben in de effecten op grondgebondenheid en de handhaafbaarheid en zal zij besluiten over het vervolg van dit traject.
Zie voor meer informatie het CDM-advies 'Bedrijfsspecifieke verantwoording fosfaatrechten'.
Nadelig voor grondgebonden bedrijven
In het advies stelt de CDM vast dat bij bedrijfsspecifieke verantwoording van fosfaatexcreties bedrijven met weinig land en geen weidegang, de meeste vrijheidsgraden hebben om de fosforgehaltes in het rantsoen te verlagen en de fosfaat-efficiëntie van de melkproductie te verhogen. Grondgebonden bedrijven zouden mogelijk worden benadeeld wanneer zij bedrijfsspecifieke verantwoording van de excreties moeten toepassen. Dit zou een onwenselijk effect zijn.
Vervolganalyse
De CDM stelt voor om de voor- en nadelen van de 4 opties en mogelijke varianten van die opties nader te duiden en zoveel mogelijk te kwantificeren. Minister Schouten volgt dit advies op en zal de CDM daarbij vragen om niet sec naar de fosfaatproductie te kijken, maar ook naar aanwending, verwerking en afvoer van meststoffen en te onderzoeken hoe het fosfaatrechtenstelsel kringlooplandbouw kan stimuleren. Na deze analyse verwacht de minister tevens meer inzicht te hebben in de effecten op grondgebondenheid en de handhaafbaarheid en zal zij besluiten over het vervolg van dit traject.
Zie voor meer informatie het CDM-advies 'Bedrijfsspecifieke verantwoording fosfaatrechten'.
Bron:
Ministerie van LNV, 24/05/2019
Publicatie: 28-05-2019